Een dwarsligger. Het woord heeft in het dagelijks taalgebruik niet bepaald een positieve klank. Iemand die tegenwerkt, moeilijk doet of de boel ophoudt. Maar juist die betekenis werd tijdens het Jaarcongres Sociale Veiligheid en Integriteit op 24 september in Utrecht op zijn kop gezet. Want wat als degene die dwarsligt juist degene is die ervoor zorgt dat een organisatie op koers blijft?
Dat was de centrale gedachte achter het congres van CAOP. Kritische tegenspraak is essentieel voor goed bestuur en integer handelen, maar ontstaat niet vanzelf. Mensen moeten zich veilig genoeg voelen om een afwijkend perspectief in te brengen. En organisaties moeten vervolgens bereid zijn om daar daadwerkelijk naar te luisteren.
Ode aan de dwarsligger
Prof. dr. Jiska Engelbert opende het congres met haar keynote ‘Ode aan de dwarsligger’. Haar verhaal maakte meteen duidelijk dat dwarsliggen niet simpelweg een kwestie is van persoonlijkheid of moed. Wie wordt gezien als moedig en wie als lastig, hangt ook af van positie en macht. Engelbert illustreerde dat aan de hand van vacatures voor directeuren. Daarin worden eigenschappen als moed, lef en handelen vanuit overtuiging vaak gewaardeerd. Maar wat gebeurt er als een beleidsmedewerker hetzelfde gedrag laat zien? Dan kan het ineens worden gezien als weerstand of politisering. Het gedrag is hetzelfde, maar de beoordeling verandert met de positie van degene die het vertoont. Daarmee is dwarsliggen ook een machtsvraagstuk. Wie kan spreken? Wie wordt gehoord? En wie betaalt de prijs van tegenspraak?
Tegelijkertijd heeft de dwarsligger volgens Engelbert een belangrijke functie binnen publieke organisaties. Dwarsliggers maken zichtbaar wat gemakkelijk buiten beeld raakt en herinneren collega’s en leidinggevenden eraan dat wat een organisatie doet – en nalaat – serieuze gevolgen kan hebben. Door andere perspectieven in te brengen, kunnen zij bijdragen aan het bewaken van de publieke taak en het publieke belang. Tegenspraak is daarmee niet het tegenovergestelde van loyaliteit, maar kan juist voortkomen uit betrokkenheid bij de publieke zaak.
Mensen leren bovendien van wat er met anderen gebeurt. Als medewerkers zien dat iemand negatieve gevolgen ondervindt van het uitspreken van een kritische mening, kan zwijgen een rationele keuze worden. Daarom is ‘speak up’ volgens Engelbert een te beperkte ambitie. Sociale veiligheid gaat over meer dan spreekruimte. Het gaat ook over doorwerkingsmacht: wat gebeurt er met wat iemand inbrengt?
Publieke beoordelingsruimte
Van daaruit verbond Engelbert het thema aan ambtelijk vakmanschap en professioneel handelen. Het begrip vakmanschap schiet volgens haar tekort: werken voor de publieke zaak vraagt voortdurend om afwegingen in situaties waarin publieke waarden met elkaar kunnen botsen. Goed professioneel handelen vraagt daarom om publiek oordeelsvermogen en de ruimte om dat te ontwikkelen.
Engelbert sprak in dat verband over publieke beoordelingsruimte: institutionele ruimte om te onderzoeken wat de publieke zaak in een bepaalde situatie van ons vraagt. Daarvoor zijn niet alleen individuele professionals verantwoordelijk; ook de organisatie moet ruimte bieden om vragen te stellen, afwegingen te maken en bestaande keuzes ter discussie te stellen. Publieke organisaties handelen immers niet waardenvrij. De vraag is dus niet of we iets juist doen, maar ook of we het juiste doen. En daar hoort volgens Engelbert nog een derde vraag bij: wie mag medebepalen wat hier ‘juist’ is?
Juist daar krijgt tegenspraak betekenis. Integriteit betekent niet altijd dat je binnen bestaande lijnen blijft. Soms vraagt integriteit er juist om die lijnen ter discussie te stellen. De dwarsligger helpt zo om zichtbaar te maken wat anders buiten beeld blijft en om gezamenlijk opnieuw te onderzoeken wat de publieke zaak vraagt. Een sterke illustratie daarvan gaf Engelbert met de metafoor van de bel: ‘Een bel waar iedereen aan kan trekken terwijl de trein maar doorrijdt, is uiteindelijk ook maar een bel.’ Als tegenspraak alleen welkom is zolang er niets hoeft te veranderen, organiseer je geen tegenkracht maar inspraak. Werkelijke tegenspraak betekent dat een kritisch geluid ook invloed kan hebben op hoe een organisatie kijkt, besluit en handelt.
Daarmee legde Engelbert een stevig fundament voor de rest van de congresdag: niet alleen de vraag hoe we mensen zover krijgen dat ze zich uitspreken, maar vooral welke ruimte en macht zij vervolgens hebben om iets in beweging te zetten.
Waarom houden mensen hun mond?
Die vraag kwam in verschillende vormen gedurende de dag terug. Want we kunnen medewerkers wel vragen om zich uit te spreken, maar daarmee is nog niet gezegd dat ze dat ook doen. Wat maakt dat iemand een kritische observatie wél deelt? En wat maakt dat iemand denkt: laat maar?
In de deelsessie ‘Waarom verstandige, betrokken en integere mensen hun mond houden’ van CAOP’ers Sara van de Sande en Martine Laudy onderzochten deelnemers welke patronen en mechanismen ervoor zorgen dat mensen zich aanpassen, zwijgen of niet ingrijpen. Groepsdynamiek, machtsverhoudingen en de angst voor mogelijke repercussies kunnen allemaal invloed hebben op de ruimte die iemand ervaart om zich uit te spreken. Zoals uit de deelnemersreacties naar voren kwam, komen signalen van onveiligheid bovendien niet altijd vanzelf bij het management terecht. Dat vraagt om organisaties die actief luisteren naar wat er in de praktijk gebeurt.
Ook in de sessie ‘Wat maakt dwarsliggen mogelijk?’ verschoof de aandacht van het individu naar de organisatie. Normen, groepsdruk, macht en organisatorische structuren bepalen mede of afwijkende signalen ruimte krijgen of juist worden gedempt. De vraag is dan niet alleen waarom iemand zich niet uitspreekt, maar ook: wat maakt spreken moeilijk?
Van moed naar handelen
De persoonlijke kant van tegenspraak kwam aan bod in de deelsessie ‘Hoe verzamel je de moed om tegen te spreken? Tien tips van filosofen’ van Marthe Kerkwijk (Internationale School voor Wijsbegeerte). Aan de hand van filosofen als Aristoteles, Epictetus, Socrates en Hannah Arendt onderzochten deelnemers wat moed, waarheid en tegenspraak betekenen. In ‘Het juiste midden vinden’ ging Kerkwijk vervolgens dieper in op de vraag hoe je een boodschap zo brengt dat deze daadwerkelijk aankomt. Niet alleen wat je zegt, maar ook tegen wie, wanneer, waarom en op welke manier doet ertoe.
De praktische vertaalslag stond centraal in ‘Aan de slag met tegenspraak’ van Attie Kingma en Eveline Vat (A&O fonds Gemeenten). Met het 3-4-5-model onderzochten deelnemers hoe zij professionele tegenspraak in hun eigen organisatie kunnen versterken en welke eerste stap zij daarin kunnen zetten. Zo werd duidelijk: tegenspraak is niet alleen iets wat je van individuele professionals kunt vragen, je kunt het ook organiseren.
Een ander perspectief kwam van het Huis voor Klokkenluiders, in de sessie ‘De klokkenluider als dwarsligger’. Wat drijft mensen om een misstand aan te kaarten? Welke uitdagingen komen zij tegen? En wat vraagt dit van een organisatie? Ook de rol van omstanders kwam aan bod. Een kritische boodschap is immers niet het einde van het proces, maar juist het begin van de vraag: wat doen we ermee?
Sociale veiligheid is meer dan een meldroute
De verschillende sessies brachten zo een bredere blik op sociale veiligheid. Hoe die ruimte er in de praktijk uitziet, blijkt vooral uit de reactie op een afwijkend perspectief. Wordt er doorgevraagd? Wordt een signaal serieus genomen? En krijgt iemand terug wat ermee is gedaan? Juist die reacties bepalen of tegenspraak daadwerkelijk iets in beweging kan zetten.
Die bredere blik sluit aan bij het nieuwe CAOP-whitepaper ‘Van sociale veiligheid naar een positief werkklimaat’ . Daarin staat de beweging centraal van sociale veiligheid als afzonderlijk thema naar een positief werkklimaat. Niet pas reageren wanneer er iets misgaat, maar continu werken aan een omgeving waarin mensen elkaar kunnen aanspreken, dilemma’s bespreken en van fouten leren.
De verschillende onderdelen van het congres kwamen samen rond de vraag wat professionals en organisaties nodig hebben om tegenspraak mogelijk te maken. De kracht van dwarsliggen zit daarbij niet alleen in het durven uitspreken van een kritisch geluid, maar ook in wat er daarna met dat geluid gebeurt. Het congres liet zien dat dit vraagt om ruimte om vragen te stellen, afwijkende perspectieven in te brengen en bestaande keuzes ter discussie te stellen.
Verder lezen?
Wil je verder aan de slag met sociale veiligheid en een positief werkklimaat? Lees dan het nieuwe CAOP-whitepaper ‘Van sociale veiligheid naar een positief werkklimaat’. Hieronder vind je ook de presentaties van de deelsessies en van Jiska Engelbert.