Zoeken Menu

Relatie tussen type kwaliteitszorg en onderwijskwaliteit niet duidelijk

28-02-2019

Het is niet duidelijk of kwaliteitszorgsystemen bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs in het vo, mbo en hbo. Ook is niet bekend welk sturingsprincipe het meest effectief is voor kwaliteitsborging. Dat schrijven CAOP-onderzoekers Ruud van der Aa en Jo Scheeren in antwoord op een vraag aan de Kennisrotonde. De samenhang tussen kwaliteitszorg en onderwijskwaliteit wordt in de onderzoeksliteratuur soms wel verondersteld. Anderzijds blijkt in de praktijk dat ook zonder overheidsinspectie de kwaliteit van onderwijs hoog kan zijn.

Sturingsprincipes

Draagt het hanteren van een kwaliteitszorgsysteem bij aan onderwijskwaliteit en welke sturing is het meest effectief voor kwaliteitsborging? Dat is de vraag waarop de CAOP-onderzoekers een antwoord hebben proberen te vinden in onderzoeksliteratuur. Allereerst geven ze aan welke sturingsprincipes er zijn te herkennen in het voortgezet onderwijs. In Nederland en veel andere westerse landen is de externe evaluatie van de onderwijskwaliteit ondergebracht bij de centrale overheid. Maar er zijn ook landen die geen centraal systeem kennen. Zij baseren zich bijvoorbeeld op de resultaten van studenten in gestandaardiseerde beoordelingen en de evaluatie van het onderwijsaanbod door de lokale overheden.

Externe kwaliteitszorg

In Nederland ligt de externe kwaliteitszorg bij de Inspectie van het Onderwijs, die toetst of scholen voldoen aan wat voorgeschreven is in het waarderingskader. Volgens dat kader zijn scholen verplicht een stelsel van kwaliteitszorg te hebben van waaruit het bestuur de kwaliteit van het onderwijsproces en de leerresultaten bewaakt. De Inspectie van het Onderwijs constateert dat op basis van wetenschappelijk onderzoek geen duidelijk verband is aangetroffen tussen de bestuursvorm en onderwijskwaliteit.

Interne kwaliteitszorg

Behalve de externe kwaliteitszorg door de Inspectie kennen we in Nederland ook interne kwaliteitszorg, waarbij scholen en besturen zelf verantwoordelijk zijn voor de onderwijskwaliteit. Interne kwaliteitszorg bestaat vooral uit zelfevaluatie. Daarbij evalueert een school of bestuur zelf het pedagogisch en didactisch handelen van de leraren en de leerresultaten van leerlingen. In hoeverre zelfevaluatie bijdraagt aan schoolverbetering en onderwijskwaliteit is lastig vast te stellen.

Finland: kwaliteit zonder overheidsinspectie

Er is geen vergelijkend onderzoek naar welk besturingsprincipe het meest effectief is. Opvallend is wel dat het in andere landen mogelijk blijkt een hoge onderwijskwaliteit te handhaven zonder een landelijke overheidsinspectie. De onderzoekers geven Finland als voorbeeld, waar de landelijke schoolinspecties zijn afgeschaft. Er bestaat wel een vrij uitgebreid intern evaluatiekader voor scholen. Daarnaast worden scholen aangemoedigd om op vrijwillige basis kwaliteit te ontwikkelen. Een onderwijspersoneel moet een masterdiploma halen.

Mbo en hoger onderwijs

De onderzoekers gaan in hun antwoord ook nog kort in op kwaliteitsborging in het mbo en hoger onderwijs. Daar worden (deels) andere sturingsprincipes gehanteerd in het kwaliteitszorgsysteem dan in het vo. Maar ook hiervoor geldt dat in de wetenschappelijke literatuur geen effect bekend is op de kwaliteit van het onderwijs. In het Nederlandse mbo is interne kwaliteitszorg een aandachtspunt. Daarom let de Inspectie van het onderwijs in het vernieuwde toezicht vooral op de kwaliteitscultuur binnen de scholen. In het hoger onderwijs beoordeelt de NVAO de interne kwaliteitszorg van hogescholen en universiteiten en de kwaliteit van opleidingen. Valt die beoordeling positief uit, dan volgt een accreditatie als externe kwaliteitsborging.

Meer informatie

De Kennisrotonde is het landelijke loket van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) waar onderwijsprofessionals hun vragen uit de onderwijspraktijk kunnen stellen. Bekijk het volledige antwoord op de gestelde vraag, inclusief de geraadpleegde bronnen, op de website van het NRO.