Verbeelding als interventie
In de zoektocht naar een passende aanpak ontstond het idee om verbeelding in te zetten. Aanvankelijk werd gedacht aan een documentaire. In gesprekken met medewerkers, bestuurders en vertegenwoordigers uit het veld ontstond echter een ander inzicht: “Verandering is niet alleen een inhoudelijk of organisatorisch vraagstuk. Het raakt aan identiteit, motivatie en waarden. Dan heb je een vorm nodig die ook het gevoel aanspreekt”, aldus Emma.
Theater bleek bij uitstek geschikt om complexe toekomstvragen invoelbaar te maken, zonder ze dicht te timmeren. “Via verbeelding kun je mensen uitnodigen om zich een mogelijke toekomst voor te stellen. Niet als voorspelling, maar als gespreksstarter.”
VONK: toekomst tastbaar maken
De voorstelling VONK, ontwikkeld door theatergezelschap Gehring & Ketelaars, verkende samen met het publiek de toekomst van de gehandicaptenzorg. In plaats van beleidsmatige scenario’s toonde de voorstelling herkenbare situaties en dilemma’s rond technologie, samenwerking en het behoud van menselijkheid en werkplezier.
Emma benadrukt dat CAOP bewust afstand hield van de invulling: “Onze rol was om het proces zo in te richten dat verschillende perspectieven samen konden komen. Medewerkers en bestuurders dachten mee over de opdracht aan de makers.” Dat participatieve proces bleek essentieel. Theatermakers liepen mee in zorgorganisaties en gingen in gesprek met professionals en cliënten. Vera Ketelaars, theatermaker: “Het was voor ons een eerste keer om zo ondersteund te worden. Zo groot te kunnen dromen, en dat het zelfs lukt, dat is fantastisch.”
Wat verbeelding mogelijk maakt
De kracht van de voorstelling zat volgens bezoekers niet alleen in de theatrale ervaring, maar vooral in de ruimte die ontstond om uit de hectiek van het dagelijks leven te stappen en over de lange termijn na te denken.
Nina: “Abstracte begrippen kregen beelden. Mensen konden zich iets voorstellen bij hoe technologie of veranderende rollen eruit zouden kunnen zien. Maar minstens zo belangrijk was dat medewerkers hun eigen reacties herkenden: twijfel, nieuwsgierigheid, soms spanning. De voorstelling fungeerde daarmee als katalysator voor reflectie.”
Ook vanuit bestuurlijk perspectief werd de impact van de voorstelling nadrukkelijk ervaren. Arend Vreugdenhil, bestuurder StAG: “De voorstelling was fantastisch. De betrokkenheid en de passie voor onze cliënten spatten ervan af en werden zo gevoeld. De voorstelling gaf erkenning aan het gevoel van medewerkers en bood daarmee een opening voor gesprek en dialoog om hier, en dan wel samen, mee aan de slag te gaan.”
Van ervaring naar dialoog
Vanaf het begin was duidelijk dat de voorstelling geen eindpunt mocht zijn, maar een startpunt voor verdere dialoog binnen organisaties. “Een indrukwekkende ervaring zonder vervolg kan zelfs frustrerend zijn. Dan loop je naar buiten met gedachten en gevoelens, maar ontbreekt de ruimte om daar iets mee te doen”, aldus Emma.
Daarom werd parallel een gespreksstarter ontwikkeld door Aniek Karina. Deze tool helpt teams om ervaringen en inzichten uit de voorstelling te verbinden aan de eigen praktijk. In totaal werden 230 gespreksstarters verspreid onder deelnemende organisaties. Suzanne Oudshoorn, onderzoeker bij CAOP: “De gespreksstarter helpt medewerkers te denken in mogelijkheden. De structuur van de gespreksstarter maakt grote stappen kleiner en logischer, waardoor mensen mee kunnen praten.”