Opinie door Iselien Nabben, senior adviseur sociale innovatie en transitie
Van ambtenaren wordt steeds vaker verwacht dat zij niet alleen beleid uitvoeren, maar ook samenwerken met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Dat vraagt om professionals die kunnen luisteren, verbinden, afwegen en omgaan met onzekerheid. Toch zijn veel overheidsorganisaties nog ingericht op controle, procedures en risicomijding. Wie initiatief neemt of buiten de gebaande paden treedt, doet dat vaak op eigen titel. Juist daarin ligt een belangrijke opgave voor de overheid.
Complexe opgaven vragen om ander vakmanschap
De maatschappelijke opgaven waarvoor het openbaar bestuur staat, zijn complex. Het gaat allang niet meer om het uitvoeren van afgebakend beleid, maar om het omgaan met transitievraagstukken waarin sociale, economische en institutionele factoren samenkomen. Denk aan leefbaarheid in wijken, bestaanszekerheid, participatie, armoedebestrijding en zorg dichtbij huis. In zulke opgaven vervaagt de traditionele scheiding tussen beleid en uitvoering steeds verder.
Tegelijkertijd groeit de roep om een overheid die meer in dialoog gaat met de samenleving, luistert naar signalen uit de praktijk en oog heeft voor menselijke maat. Maatschappelijke vraagstukken laten zich immers niet oplossen zonder actieve betrokkenheid van burgers en organisaties. Toch blijft participatie in de praktijk vaak beperkt tot inspraakmomenten, vooraf of juist pas achteraf. Werkelijke dialoog vraagt een andere timing en een andere houding: eerder, opener en met meer wederkerigheid. Voor ambtenaren betekent dit dat zij naast beleidskennis ook relationele en reflectieve vaardigheden nodig hebben. Ze moeten kunnen luisteren, spanning verdragen en omgaan met het feit dat niet iedereen tevreden zal zijn.
De spanning tussen bedoeling en systeem
In de praktijk zien we dat ambtenaren een hoge drempel ervaren om vroegtijdig met bewoners in gesprek te gaan. Ze zijn bang voor misverstanden door mogelijke toezeggingen en ze willen eerst zekerheid voordat zij naar buiten treden. Onder die terughoudendheid ligt een dieper probleem. Ambtenaren die initiatief nemen of op een andere manier met de samenleving samenwerken, worden als individu – positief of negatief – als uitzondering gezien, niet als een voorbeeld voor het systeem.