Onlangs presenteerden het European Trade Union Institute (ETUI) en de European Trade Union Confederation (ETUC) in Brussel de nieuwste editie van Benchmarking Working Europe. Het rapport analyseert de economische, arbeidsmarkt- en sociale ontwikkelingen in de Europese Unie tegen de achtergrond van oorlog in Oekraïne, spanningen in het Midden-Oosten, energieprijsschokken en verschuivende geopolitieke verhoudingen. Tegelijkertijd maakt het duidelijk dat economische veerkracht niet alleen draait om investeringen en concurrentiekracht, maar juist ook om de kwaliteit van werk, sterke arbeidsverhoudingen en sociale dialoog.
Voor het Nederlandse publieke domein is dat geen abstract Europees debat, maar een directe vraag naar uitvoeringskracht: hebben publieke organisaties voldoende mensen, ruimte en stabiliteit om hun werk goed te doen?
Een veranderend beleidsklimaat
De Europese economie toont veerkracht, met historisch hoge werkgelegenheid en voorzichtig herstel van reële lonen na de inflatie van 2022 en 2023. Tegelijkertijd blijven investeringen achter bij wat nodig is voor digitalisering, klimaattransitie en strategische autonomie. Industriële banen staan onder druk en ook werkenden kunnen in armoede terechtkomen.
Opvallend is de verschuiving in het Europese beleidsdiscours. Waar eerder sterk werd ingezet op sociale richtlijnen, ligt de nadruk nu vaker op vereenvoudiging en deregulering. Tijdens de presentatie benadrukte Jeroen Jutte (DG Employment) echter dat strategische versterking niet kan leunen op deregulering alleen: “We need to continue with policymaking.” Sociale investeringen zijn volgens hem economisch noodzakelijk voor Europese weerbaarheid.
Job quality als economische factor
In hoofdstuk 2 verschuift de aandacht naar de kwaliteit van werk. Hoge werkgelegenheid zegt weinig over de houdbaarheid en inhoud van banen. Het rapport kijkt daarom nadrukkelijk naar loonontwikkeling, werkzekerheid, arbeidsomstandigheden, scholing en sociale dialoog.
De inflatieschok heeft de koopkracht aangetast en het herstel is nog niet overal volledig. Zoals ETUC-voorzitter Esther Lynch stelde: “There has been and is productivity, but what there isn’t is a fair share of that in wages – and that’s an injustice.” Evenwichtige loonontwikkeling is niet alleen sociaal van belang, maar ondersteunt ook economische stabiliteit.
Daarnaast wijst het rapport op de risico’s van arbeidsmarktsegmentatie en toenemende werkdruk. Structurele onzekerheid belemmert investeringen in scholing, professionele ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid.
Sociale dialoog als onderdeel van economische weerbaarheid
Opvallend is dat landen met sterke collectieve onderhandelingen en brede cao-dekking doorgaans beter scoren op meerdere dimensies van job quality. Agnieszka Piasna (ETUI) benadrukte tijdens de presentatie dat “Collective bargaining is a factor in competitiveness and innovation.” Sociale dialoog blijkt daarmee niet alleen een arbeidsvoorwaardelijk instrument, maar ook een belangrijke factor voor innovatie, weerbaarheid en economische ontwikkeling.
Die ontwikkeling sluit nauw aan bij de inzet van CAOP om sociale dialoog breder te organiseren rond maatschappelijke en bestuurlijke opgaven. In de Sociaal Publieke Raad (SPR) werken sociale partners aan vraagstukken die sectoren overstijgen, zoals arbeidsmarktkrapte, gezondheid, productiviteit en de uitvoerbaarheid van publieke taken. Kwaliteit van werk speelt daarin een centrale rol.
Deze benadering sluit bovendien aan bij recente Europese initiatieven. De Europese Commissie presenteerde in december 2025 een Quality Jobs Roadmap en werkt aan een Quality Jobs Act (voorzien voor eind 2026). Het doel is om kwaliteit van werk nadrukkelijk te verbinden aan concurrentiekracht en economische weerbaarheid, onder meer via actualisering van arbeidsnormen, versterking van toezicht en ondersteuning van sociale dialoog.
Relevantie voor het publieke domein
Voor publieke organisaties zijn deze inzichten direct relevant. Zij staan aan de uitvoeringskant van vrijwel alle grote maatschappelijke transities – van klimaat en digitalisering tot veiligheid en sociale cohesie. Hun personele capaciteit en arbeidsvoorwaarden bepalen mede of beleid daadwerkelijk effect heeft.
Vraagstukken rond werkdruk, behoud van professionals, professionele ruimte en ontwikkeling raken daarmee direct aan het functioneren van de overheid en publieke dienstverlening. Het zijn precies de opgaven waarvoor CAOP binnen de SPR inzet op meer samenhang tussen arbeidsmarktbeleid, organisatieontwikkeling en sociale dialoog.
Wanneer publieke organisaties kampen met structurele werkdruk, tijdelijke contracten en uitval, raakt dat niet alleen medewerkers, maar ook de betrouwbaarheid van de overheid. Kwaliteit van werk is daarmee geen randvoorwaarde, maar een voorwaarde voor uitvoeringskracht.
Strategische autonomie rust bovendien niet alleen op industriële capaciteit, maar ook op menselijk kapitaal en sterke instituties. Zonder voldoende gekwalificeerd personeel, ruimte voor ontwikkeling en goed georganiseerde medezeggenschap blijven ambities op het gebied van digitalisering en klimaattransitie kwetsbaar in de uitvoering.
Investeren in beheersbare werkdruk, vaste contracten waar mogelijk, professionele ruimte en goede scholing is daarom geen luxe, maar een investering in een sterke en betrouwbare publieke sector.
Wat betekent dit voor Nederland?
Benchmarking Working Europe 2026 laat zien dat economische veerkracht en sociale duurzaamheid elkaar niet uitsluiten, maar juist versterken. Voor Nederland betekent dit dat investeren in kwaliteit van werk niet alleen een sociale beleidskeuze is, maar ook een economische en bestuurlijke strategie.
Voor CAOP bevestigt dit de noodzaak van een sterkere en meer toekomstgerichte sociale dialoog. De grote maatschappelijke opgaven van deze tijd vragen om samenwerking tussen overheid, sociale partners en maatschappelijke organisaties. Niet alleen over arbeidsvoorwaarden, maar ook over de uitvoerbaarheid en kwaliteit van publieke taken.
Sterke arbeidsverhoudingen, stabiele loonvorming en ruimte voor professionele ontwikkeling dragen bij aan continuïteit, productiviteit en vertrouwen in instituties. Uitvoeringskracht ontstaat uiteindelijk niet uit regels alleen, maar uit mensen, organisatiekwaliteit en vertrouwen.
Een sterke publieke sector begint bij mensen die hun werk goed, gezond en met voldoende professionele ruimte kunnen doen. Kwaliteit van werk is daarvoor geen bijzaak, maar een fundament.