Jaarlijks voert CAOP in opdracht van Arbeidsmarktplatform PO verschillende onderzoeken uit naar werk in het onderwijs. Daarbij gaat het om onderwerpen die direct raken aan de dagelijkse praktijk in scholen. Wat is nodig om goed werkgeverschap en de kwaliteit van het werk te versterken? Waar lopen medewerkers tegenaan? En wat weten we over hoe afspraken en regelingen uitwerken?
De onderzoeken combineren verschillende onderzoeksmethoden, zoals literatuurstudie, data-analyse, interviews en reflectiesessies. Door de perspectieven van medewerkers, schoolleiders en HR-adviseurs mee te nemen, ontstaat niet alleen inzicht in de cijfers, maar ook in de context waarin afspraken in de praktijk vorm krijgen. Dat deze kennis vervolgens haar weg kan vinden naar de cao-tafel, is zichtbaar in de cao Primair Onderwijs 2025-2027. Drie onderzoeken laten dit goed zien.
OOP’ers voor de klas: van praktijk naar betere afspraken
Het onderzoek naar OOP’ers die waarnemen voor de klas laat zien dat afspraken over waarneming niet eenduidig worden toegepast. Er zijn grote verschillen in beloning, waardering en beleid binnen besturen. Ook blijkt dat iets meer dan de helft van de OOP’ers die aan de enquête deelnamen bereid is om een lesbevoegdheid te halen.
Deze inzichten komen terug in de afspraken die in de nieuwe cao zijn vastgelegd. OOP’ers die waarnemen hebben recht op een vaste vergoeding van tussen de €12 en €45 per dag. Ook moeten scholen OOP’ers die structureel voor de klas staan actief stimuleren om een bevoegdheid te behalen. Zo dragen onderzoeksresultaten bij aan het gesprek over de manier waarop OOP’ers worden ingezet, gewaardeerd en ondersteund.
Sociale veiligheid: aanbevelingen vertaald naar betere borging
Ook sociale veiligheid is onderwerp van onderzoek. De verkenning naar sociale veiligheid in het primair onderwijs brengt in kaart welke vormen van sociale onveiligheid voorkomen, welke gevolgen sociale onveiligheid heeft en welke factoren samenhangen met meer of minder veiligheid. Het onderzoek laat onder meer zien dat maatregelen om ongewenst gedrag te voorkomen niet altijd effectief zijn. Ook ervaren scholen handelingsverlegenheid en werken meldstructuren niet overal goed.
De onderzoeksbevindingen zijn meegenomen aan de cao-tafel. In de nieuwe cao is beter geborgd dat beleid aandacht besteedt aan het melden van ongewenste omgangsvormen en het ondersteunen van medewerkers in dergelijke situaties. Ook worden schoolorganisaties opgeroepen om de aanbevelingen uit het onderzoek ter harte te nemen. Onderzoek maakt daarmee zichtbaar waar bestaande aanpakken tekortschieten en waar verdere borging nodig is.
Het werkverdelingsplan: wat werkt en waar schuurt het?
Ook het onderzoek naar het werkverdelingsplan laat zien hoe onderzoek kan bijdragen aan het verbeteren van afspraken. De evaluatie laat zien dat het werkverdelingsplan in de basis positief wordt ontvangen. Tegelijkertijd zorgen interpretatieverschillen en onduidelijkheid over uren en taken nog regelmatig voor discussie. Ook blijkt het plan tot nu toe weinig effect te hebben op het verminderen van werkdruk.
Deze bevindingen zijn terug te zien in het cao-akkoord. Cao-partijen hebben afgesproken om verschillende onderdelen van het werkverdelingsplan aan te scherpen en begrippen te verduidelijken. Daarmee krijgen schoolteams en schoolleiders meer houvast bij de uitvoering. De onderzoeksresultaten geven zo inzicht in hoe een regeling in de praktijk werkt en waar afspraken verduidelijking of verbetering nodig hebben.
Van onderzoek naar besluitvorming
De drie voorbeelden laten ieder op hun eigen manier zien wat onafhankelijk onderzoek kan betekenen voor arbeidsvoorwaarden en beleid. Onderzoek geeft niet simpelweg een antwoord op de vraag wat er moet gebeuren. Het brengt in beeld wat er in de praktijk speelt, waar afspraken knellen en welke ontwikkelingen aandacht vragen.
Juist de combinatie van cijfers en ervaringen uit de praktijk is daarbij waardevol. Zoals onderzoeker Nynke van Miltenburg het verwoordt: “We brengen niet alleen cijfers, maar ook context. Juist dat maakt dit onderzoek zo waardevol: het laat zien wat werkt, wat schuurt en waar verduidelijking nodig is.”