Het onderzoek laat zien dat het onderwijsveld in korte tijd een grote prestatie heeft geleverd. Dankzij de Wet tijdelijke onderwijsvoorzieningen (Wet TOV) konden scholen snel extra onderwijsplekken creëren. Voor veel Oekraïense leerlingen betekende dit een snelle terugkeer naar structuur, veiligheid en onderwijsdeelname.
Onderwijskwaliteit en taalontwikkeling onder druk
De nadruk op toegankelijkheid bracht tegelijkertijd spanningen met zich mee rond onderwijskwaliteit. De eisen aan de tijdelijke onderwijsvoorzieningen waren op onderdelen minder streng dan in het reguliere nieuwkomersonderwijs. Zo was het mogelijk om een deel van het onderwijs in een andere instructietaal dan het Nederlands aan te bieden, kon onbevoegd personeel worden ingezet en werd op sommige locaties gewerkt met minder onderwijsuren of een beperkter vakkenaanbod. Deze flexibiliteit was noodzakelijk om snel capaciteit te creëren, maar leidde ook tot verschillen in uitvoering. Vooral de ontwikkeling van de Nederlandse taalvaardigheid bleek daarbij kwetsbaar, met gevolgen voor de doorstroom naar regulier onderwijs.
Doorstroom: verschil tussen po en vo
In het primair onderwijs is de overstap naar reguliere scholen inmiddels grotendeels gerealiseerd. In het voortgezet onderwijs verloopt die overgang moeizamer. Voor veel leerlingen is de beheersing van de Nederlandse taal nog onvoldoende om het onderwijs goed te kunnen volgen. Daardoor krijgen zij niet altijd onderwijs dat aansluit bij hun cognitieve mogelijkheden en het eerder gevolgde onderwijs in Oekraïne. Dit kan leiden tot frustratie en demotivatie.
Zorg over verzuim en uitval
Een zorgwekkende bevinding betreft verzuim en voortijdig schoolverlaten, met name onder oudere leerlingen. Hoewel het absolute verzuim – leerlingen die niet staan ingeschreven op een school – is afgenomen, blijft een aanzienlijke groep jongeren (tijdelijk) uit beeld. Voor jongeren vanaf vijftien jaar is de situatie extra kwetsbaar, zeker wanneer doorstroom naar vervolgonderwijs uitblijft.
Bij de overgang naar mbo en hoger onderwijs ervaren Oekraïense leerlingen flinke drempels. Zij kunnen geen aanspraak maken op studiefinanciering of een studentenreisproduct en moeten in het hoger onderwijs het instellingscollegegeld betalen, dat kan oplopen tot ruim tienduizend euro per jaar. Daarnaast voldoen leerlingen niet altijd aan de taaleisen. Hierdoor worden mbo en met name het hoger onderwijs vaak als ontoegankelijk ervaren, wat doorwerkt in motivatie en toekomstverwachtingen.
De zorgen over verzuim en voortijdig schoolverlaten worden breder gedeeld. Oud-staatssecretaris Koen Becking (Onderwijs) noemde de situatie recent in Trouw ‘zeer onwenselijk’. Hij benadrukte dat alle jongeren in Nederland de kans moeten krijgen om een startkwalificatie te behalen en hun cognitieve mogelijkheden zo goed mogelijk te benutten.
De toekomst blijft ongewis
Oekraïense ouders erkennen het belang van een Nederlands diploma, maar zijn vaak somber over de haalbaarheid daarvan. De aanhoudende onzekerheid over verblijfsperspectief versterkt deze spanning. Zolang onduidelijk blijft hoe lang Oekraïense leerlingen in Nederland zullen blijven, blijven leerlingen, ouders en onderwijsprofessionals opereren in een complexe spagaat tussen tijdelijke opvang en duurzame deelname.
Van tijdelijke opvang naar structurele opgave
Het onderzoek onderstreept dat de opgave rondom Oekraïense leerlingen niet langer uitsluitend een vraagstuk van tijdelijke opvang is, maar raakt aan structurele thema’s als onderwijskansen, aansluiting op vervolgonderwijs en duurzame participatie. Voor CAOP sluiten deze inzichten aan bij de bredere inzet op kansengelijkheid.
Paulien Muller, senior onderzoeker bij Sardes-CAOP: “Wat het ministerie van OCW en andere betrokken partijen erg hebben gewaardeerd in dit onderzoek, is dat we zoveel perspectieven hebben meegenomen. Het perspectief van Oekraïense kinderen en hun ouders, van leerplichtambtenaren, NT2-leerkrachten, gemeenteambtenaren en samenwerkingsverbanden. De medewerking van twee tijdelijke Oekraïense collega’s heeft ons hier erg bij geholpen. En natuurlijk is het als onderzoeker ook gewoon heel leuk om zo’n veelzijdig onderzoek te kunnen doen.”
Download rapporten
Het eindrapport bouwt voort op twee eerdere tussenrapportages. In ‘Een goede start voor Oekraïners’ is de toegankelijkheid en kwaliteit van de tijdelijke onderwijsvoorzieningen voor Oekraïense leerlingen in het po en vo geëvalueerd. De tweede rapportage, ‘Van tijdelijke opvang naar duurzame deelname’, richtte zich op de doorstroom naar regulier onderwijs, met aandacht voor knelpunten zoals onvoldoende kennis van de Nederlandse taal, plaatsing onder niveau en verzuim.