Hoe kunnen we bijdragen aan gelijke ontwikkelings- en onderwijskansen voor kinderen en jongeren? Met die vraag kwamen onderwijsprofessionals, onderzoekers en beleidsmakers begin maart bijeen bij CAOP–Sardes in Utrecht. Aanleiding was de recente oratie van prof. dr. Lisa Gaikhorst, bijzonder hoogleraar Gelijke onderwijskansen aan de Universiteit Leiden.
De middag was nadrukkelijk bedoeld als een ontmoeting tussen praktijk, onderzoek en beleid. Niet alleen om inzichten uit onderzoek te delen, maar vooral ook om met elkaar te verkennen welke vragen er leven in het onderwijsveld en welke kennis er nodig is om verder te komen.
Ongelijkheid is meer dan geld
De bijeenkomst werd geopend door Marjolijn Olde Monnikhof, directeur-bestuurder van CAOP en Sardes. In haar inleiding schetste zij het bredere vraagstuk van ongelijkheid in de samenleving. Ongelijkheid gaat volgens haar niet alleen over inkomen of vermogen, maar ook over sociaal kapitaal – wie je kent en wie je kan helpen –, culturele en digitale vaardigheden en de mate waarin mensen hun weg weten te vinden in de samenleving.
In Nederland is volgens verschillende onderzoeken sprake van een samenleving waarin groepen mensen relatief vastzitten in hun positie. Sommige mensen beschikken over veel hulpbronnen zoals netwerk, kennis en financiële middelen, terwijl anderen dat nauwelijks hebben. Dat maakt het belangrijk om bij publieke voorzieningen, waaronder onderwijs, steeds oog te houden voor structurele ongelijkheid.
Onderwijs kan hierin een belangrijke rol spelen. Tegelijkertijd kan het onderwijs dat niet alleen. Kansengelijkheid hangt ook samen met ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, in welzijn en in de gezondheidszorg. Juist daarom is samenwerking tussen verschillende sectoren belangrijk.
Onderzoek, praktijk en beleid verbinden
Voor Lisa Gaikhorst staat samenwerking centraal in haar werk. In haar presentatie benadrukte zij dat het vraagstuk van gelijke kansen in het onderwijs te complex is om vanuit één perspectief te benaderen.
“Ik wil dit samen met anderen doen,” vertelde zij. “In de verbinding tussen praktijk, onderzoek en beleid kunnen we echt stappen zetten.”
De bijeenkomst bood een eerste gelegenheid om die verbinding te leggen. Onder de aanwezigen waren leraren, onderzoekers, beleidsmedewerkers en professionals uit ondersteunende organisaties. De middag kende een interactieve opzet: na de plenaire inleiding gingen de deelnemers uiteen in drie verdiepende sessies.
Drie perspectieven op kansengelijkheid
In haar onderzoek onderscheidt Gaikhorst verschillende manieren om naar kansenongelijkheid te kijken.
1. Gelijke behandeling
Een eerste benadering gaat uit van gelijke behandeling: alle leerlingen krijgen hetzelfde aanbod en dezelfde begeleiding. Het risico hiervan is dat verschillen in startpositie tussen leerlingen uit beeld raken.
2. Compensatie
Een tweede benadering richt zich op compensatie: extra ondersteuning bieden aan leerlingen die dat nodig hebben. Dat kan effectief zijn, maar kan ook leiden tot zogenoemd deficit-denken, waarbij vooral wordt gekeken naar wat leerlingen niet hebben of niet kunnen. Daarom pleit Gaikhorst ook voor meer waarderende benaderingen, waarin wordt gekeken naar kennis en vaardigheden die leerlingen juist wél meebrengen naar school.
3. Aandacht voor structurele factoren van ongelijkheid
Daarnaast benadrukt zij het belang van een derde perspectief: aandacht voor structurele factoren van ongelijkheid. Denk aan armoede, discriminatie of het selectieve karakter van het onderwijsstelsel. Volgens haar is het belangrijk dat leraren zich bewust zijn van deze bredere context.
Drie thema’s uit het onderzoek
Tijdens de bijeenkomst stonden drie thema’s uit het onderzoek van Gaikhorst centraal:
- buitenschoolse kennisbronnen
- meertaligheid
- onderzoekscultuur in scholen
In drie parallelle sessies gingen deelnemers hierover met elkaar in gesprek.
Buitenschoolse kennisbronnen
In de sessie over buitenschoolse kennisbronnen stond de vraag centraal hoe scholen beter kunnen aansluiten bij de kennis en ervaringen die leerlingen van huis uit meenemen.
De theorie van funds of knowledge benadrukt dat kinderen veel kennis opdoen buiten de school – thuis, in hun buurt of via hobby’s. Wanneer die kennis ook in het onderwijs een plek krijgt, kan dat de betrokkenheid en het zelfvertrouwen van leerlingen vergroten.
In de gesprekken kwam naar voren dat dit voor leraren niet altijd eenvoudig is. Het vraagt om andere manieren van kijken naar leerlingen, maar ook om ruimte om onderwijs anders in te richten en methodes soms los te laten wanneer die niet goed aansluiten bij de groep leerlingen.
Meertaligheid
In de sessie over meertaligheid werd gesproken over de rol van taal in kansenongelijkheid. Leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands kunnen in het onderwijs tegen extra uitdagingen aanlopen. Tegelijkertijd werd benadrukt dat meertaligheid ook een kracht kan zijn.
In de workshop werd onder meer besproken dat een uitsluitend eentalige benadering vaak niet effectief is. Steeds vaker wordt gekeken naar manieren om de talen die leerlingen van huis uit spreken juist te benutten in het onderwijs. Dat kan bijdragen aan motivatie, zelfvertrouwen en een gevoel van erkenning bij leerlingen.
Deelnemers benoemden ook dat er nog een grote afstand bestaat tussen onderzoek, beleid en de dagelijkse praktijk van leraren. Meer zichtbaarheid van onderzoek en betere kennisdeling kunnen helpen om inzichten over meertaligheid breder te laten landen in scholen.
Onderzoekscultuur in scholen
Het derde thema van de middag was de ontwikkeling van een onderzoekscultuur in scholen. In deze sessie werd onder meer gesproken over de rol van leraren in praktijkonderzoek en over de vraag hoe scholen gezamenlijk kunnen werken aan het verbeteren van hun onderwijs.
Aan de orde kwam ook de vraag wat precies wordt bedoeld met een onderzoekende cultuur. Gaat het om academisch onderzoek, of juist om het gezamenlijk onderzoeken van de eigen onderwijspraktijk?
Deelnemers benadrukten dat onderzoek in scholen niet alleen over cijfers en resultaten moet gaan, maar juist ook over het beter begrijpen van leerlingen en hun gedrag. Tegelijk werd onderstreept dat een onderzoekende houding onderdeel zou moeten zijn van het dagelijks werk in scholen.
Vragen voor de onderzoeksagenda
Tijdens de workshops gingen deelnemers met elkaar in gesprek aan de hand van twee vragen:
- welke stappen wil je zetten in je eigen organisatie?
- en welke kennis of onderzoek is daarvoor nodig?
Op posters verzamelden zij ideeën en vragen voor de toekomst. Zo kwamen onder andere vragen naar voren over hoe buitenschoolse kennis beter kan worden verbonden met het curriculum, hoe scholen kunnen omgaan met meertaligheid en hoe een onderzoekscultuur in scholen kan worden versterkt.
Deze input vormt waardevolle input voor de verdere onderzoeksagenda van de leerstoel an Gaikhorst.
Samen verder werken aan gelijke kansen
Aan het einde van de middag deed Lisa Gaikhorst een warm pleidooi om samen verder te werken aan gelijke kansen voor kinderen en jongeren.
Hoewel Nederland het op papier niet slecht doet, groeien ook hier kinderen op in omstandigheden die hun kansen beperken, bijvoorbeeld door armoede. Volgens Gaikhorst is het belangrijk om dit vraagstuk zichtbaar te blijven maken en samen te zoeken naar manieren om verschil te maken.
De vragen en ideeën uit de workshops laten zien dat het onderwerp leeft in het onderwijsveld. Tegelijkertijd maken ze duidelijk dat er nog veel kennis nodig is om scholen en professionals hierbij te ondersteunen.
Voor de leerstoel vormt dat een belangrijke opdracht voor de komende jaren: samen met onderwijsprofessionals, onderzoekers en beleidsmakers samen werken aan kennis die kan bijdragen aan meer gelijke onderwijskansen.