Die Europese ambitie raakt direct aan de opgaven in onze eigen publieke sector. Want ook hier is de druk op de uitvoering groot. De OECD laat zien dat Nederland kampt met een structureel tekort aan personeel: in onderwijs, zorg, bestuur, veiligheid en cultuur wordt de rek steeds kleiner. De Staat van de Uitvoering Special 2025 waarschuwt bovendien dat de bestaande structuren de toenemende complexiteit niet meer aankunnen. Digitalisering, vergrijzing, geopolitieke spanningen en groeiende maatschappelijke verwachtingen vragen niet om kleine verbeteringen, maar om een fundamentele vernieuwing van hoe we samenwerken en publieke waarde organiseren.
Een andere manier van samenwerken
Tegelijkertijd zien we dat de mensen die het publieke werk doen – leraren, verpleegkundigen, ambtenaren, militairen, beleidsmakers, handhavers en bestuurders – onder toenemende druk staan. Uit het Werkonderzoek 2024 van het CBS blijkt dat zij bovengemiddeld vaak hoge werkdruk ervaren, maar zich ondanks dat sterk betrokken voelen bij het publieke doel. Dat is een kracht, maar ook een verantwoordelijkheid. Want behoud van kwaliteit in publieke taken en dienstverlening vraagt om een omgeving waarin professionals niet alleen gehoord worden, maar daadwerkelijk invloed hebben op hoe werk en beleid zich ontwikkelen.
Juist daar ligt de kern van de beweging die we bij CAOP zijn gestart. De herwaardering van de sociale dialoog gaat niet over méér overleg, maar over een andere manier van samenwerken: overstijgend, onderzoekend en gericht op doen. Het vraagt dat we voorbij sectorgrenzen kijken, kennis verbinden met ervaring en samen leren hoe we publieke taken toekomstbestendig houden. Want de vraag is niet alleen hoe we de publieke sector overeind houden, maar waarom en voor wie we haar vernieuwen.
Wat mag Nederland van ons verwachten?
Tijdens een strategische bijeenkomst van CAOP op 8 oktober 2025 kwamen beslissers, beleidsmakers en bestuurders uit de publieke sector samen om te spreken over de toekomst van de sociale dialoog. In mijn bijdrage stelde ik één eenvoudige, maar wezenlijke vraag: wat mag Nederland van ons verwachten? Want de discussie over personeelstekorten, regels of geld is belangrijk, maar krijgt pas betekenis als we haar verbinden aan de publieke taak zelf. De arbeidsmarkt is geen doel, maar een randvoorwaarde. Dáár organiseren we mensen, tijd en vaardigheden voor.
We kunnen daarbij niet wachten tot Den Haag met antwoorden komt. Natuurlijk liggen er politieke keuzes over geld, regels en prioriteiten. Maar veel kunnen we zelf. Sterker nog: juist het maatschappelijk middenveld (werkgevers, werknemers, arbeidsmarktfondsen, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen) heeft de sleutel in handen om de publieke taken slimmer en duurzamer te organiseren. Daar ligt onze verantwoordelijkheid én onze kans. Niet door allemaal verlanglijstjes te maken, maar door samen te doen, Zo geven we de sociale dialoog nieuwe energie. We moeten er zelf in geloven en er zelfs plezier aan beleven. Want het gaat wel ergens over.
Naar een moderne sociale dialoog
Daarom gaat het niet alleen om wat we bespreken, maar hoe we dat doen. Willen we publieke taken overeind houden, dan moet de sociale dialoog moderner, opener en dichter bij de praktijk. Niet méér tafels, maar betere tafels. Ik formuleerde daarvoor zes ontwerpprincipes voor een moderne sociale dialoog over de publieke taak:
- Rolvast en eenvoudig: sociale partners aan het stuur, de overheid betrokken maar niet leidend, met een duidelijke koppeling aan de SER en dialoog in de marktsector.
- Dicht bij de professional: beleid en afspraken voeden met ervaringen van mensen uit de praktijk: leraren, verpleegkundigen, handhavers, ambtenaren, ouders, studenten.
- Representatief en transparant: het moet helder zijn wie er meedoet, namens welke partijen en hoe de achterban wordt betrokken.
- Ritme en doorvertaling: vorm een vast ritme van overleg, leren en bijsturen, waarbij ideeën voorspelbaar hun weg vinden van overlegtafel naar uitvoering.
- Samenhang boven sectorgrenzen: zet in op samenwerking op thema’s die iedereen raken: capaciteit, mobiliteit, vaardigheden en gezond werk.
- Richten op de lange termijn en transitie: wees eerlijk over belangen, maar altijd vanuit een gedeeld doel: publieke taken die je kunt voorspellen en vertrouwen. Een goed werkende sociale dialoog helpt die deelbelangen te ordenen en vanuit het hier en nu stapsgewijs naar 2040 toe te werken.
De essentie is duidelijk: minder ruis, meer rolvastheid. Minder symboliek, meer samenhang. Minder afstand, meer praktijk. Een sociale dialoog die helpt om over de eigen schaduw heen te stappen en het gemeenschappelijke belang naar voren te halen.
De grote vragen voor de toekomst
De belangrijkste vraag is dan: waar zou die sociale dialoog over moeten gaan? Een paar urgente vragen dienen zich aan: hoe houden we de publieke taken in stand met minder mensen en middelen? Wat is het toekomstig minimum van zorg, onderwijs of veiligheid dat we in elk geval moeten kunnen garanderen? Hoe maken we de route van school naar werk, en vooral tussen banen, eenvoudiger (ondersteund door alle sectoren zonder platte concurrentie om mensen)? En hoe zorgen we ervoor dat digitalisering en technologie publieke taken versterken, in plaats van de menselijke maat te ondermijnen?
Werken aan vertrouwen en voorspelbaarheid
De uitkomst van die dialoog kan zijn dat we het werken aan de publieke taak weer beter op de kaart zetten. Dat het weer stoer wordt om te werken in het publieke domein, met goede arbeidsvoorwaarden, professionele ruimte en zicht op ontwikkeling. Voor burgers biedt dat duidelijkheid over wat ze van publieke dienstverlening mogen verwachten; voor professionals en werkgevers geeft het richting en stabiliteit. Het gaat er niet om bezuinigingen uit te sluiten, maar om te weten waarom ze plaatsvinden en hoe we daarop kunnen anticiperen.
Zoals MKB-Nederland-voorzitter Jacco Vonhof onlangs zei: “Voor ondernemers is maar één ding belangrijk: een kabinet dat vier jaar zit en beleid maakt dat tien jaar meegaat.” Zijn oproep tot voorspelbaarheid en lange termijn denken sluit direct aan bij de publieke opgaven waar wij voor staan. Niet steeds reageren op korte termijnproblemen, maar vooruitzien, koers houden en samen werken aan duurzame publieke waarde.
Maar uiteindelijk draait het om wat we doen. Zoals Anneke Westerlaken (ActiZ) het tijdens onze bijeenkomst scherp verwoordde: “The purpose of a system is what it does.” Denk daar even over na. Die zin bleef bij me hangen, omdat hij raakt aan de kern van waar we nu staan. We kunnen eindeloos praten over hoe het beter moet, maar de waarde van een systeem blijkt pas uit wat het voortbrengt uit wat wij samen doen, uit hoe we handelen.
Groot denken, klein doen
Daarom is dit geen pleidooi voor meer overlegtafels of visiedocumenten, maar een uitnodiging om het gewoon te gaan proberen. Groot denken en klein doen. Samen experimenteren met nieuwe vormen van samenwerking, leren van wat werkt en daar stap voor stap op voortbouwen.
De herwaardering van de sociale dialoog is daarmee geen project met een einddatum, maar een gezamenlijke beweging. Een manier om verantwoordelijkheid te nemen voor de publieke taken die ons allemaal raken.
Wil je meer weten over de achtergrond en richting van deze beweging, lees dan de CAOP position paper “Samen werken aan de publieke taken van de toekomst”. Of wil je meedenken of bijdragen aan het vervolg? Laat het me weten. Want dit kunnen we alleen samen doen.