Door Lodewijk Buschkens, senior EU-adviseur bij CAOP
In april schreef ik over het Europees Forum voor Werkgelegenheid en Sociale Rechten. Kwaliteitsbanen, vaardigheden en eerlijke arbeidsmobiliteit waren daar de grote thema’s, maar veel voorstellen waren nog in voorbereiding. Inmiddels ligt er veel meer op tafel. De Europese Commissie heeft wetsvoorstellen gepubliceerd en consultaties gestart. In haar State of the Union benadrukte Von der Leyen opnieuw het belang van kwaliteit van werk, maar ook de gevolgen van AI, de betaalbaarheid van wonen en de positie van jongeren.
Voor Roxana Mînzatu, uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie voor sociale rechten, vaardigheden en kwaliteitsbanen, begint nu het echte werk. Het Europees Parlement en de lidstaten gaan zich over de voorstellen buigen en de sociale partners kunnen via consultaties invloed uitoefenen. Wat daaruit komt, kan uiteindelijk doorwerken in Nederlandse wetgeving en cao-afspraken. Voor het publieke domein is dat relevant. Overheid, onderwijs en zorg hebben al te maken met personeelstekorten, hoge werkdruk en snelle digitalisering. Europese voorstellen raken daarmee aan vraagstukken waar publieke organisaties nu al dagelijks mee bezig zijn.
Goede arbeidsmarktcijfers, onzekere werknemers
De Europese arbeidsmarkt staat er op papier goed voor. De werkloosheid ligt dicht bij een historisch laagterecord. Toch ervaren veel Europeanen onzekerheid. Wonen en boodschappen worden duurder en werknemers vragen zich af wat technologische ontwikkelingen als AI voor hun baan betekenen.
Die spanning tussen goede arbeidsmarktcijfers en de ervaren onzekerheid vormt een belangrijk vertrekpunt voor de sociale plannen van de Europese Commissie. De vraag is niet alleen hoeveel mensen aan het werk zijn, maar ook onder welke omstandigheden zij werken en welke mogelijkheden zij hebben om zich aan te passen aan veranderingen.
AI en de kwaliteit van werk
AI is daarin een belangrijk thema. Von der Leyen noemde AI, samen met klimaatverandering, een van de twee grote kantelpunten van deze tijd. De Europese Commissie wil dat AI bijdraagt aan betere banen en nieuwe mogelijkheden om vaardigheden te ontwikkelen. Daarvoor verwees ze naar de Wet op kwaliteitsbanen (Quality Jobs Act), die de Commissie voor het einde van dit jaar wil presenteren.
Tegelijkertijd is er aandacht voor de gevolgen van AI voor werknemers. Ruim zes op de tien Europese werknemers verwachten dat ze voor 2029 nieuwe vaardigheden nodig hebben, terwijl slechts 15 procent heeft al een training gevolgd. De Commissie stelt daarom ook een deskundigengroep in die gaat onderzoeken wat AI op de lange termijn betekent voor de werkgelegenheid.
Ook publieke organisaties gebruiken AI steeds vaker, bijvoorbeeld bij werving, roosters en klantcontact. Dat roept vragen op over transparantie, menselijke controle en medezeggenschap. Wie controleert een besluit dat een algoritme heeft voorbereid? Wat mag de ondernemingsraad daarover zeggen? En hoe voorkom je dat technologie die werk zou moeten verlichten juist tot extra werkdruk leidt?
Wet op kwaliteitsbanen moet nieuwe kaders bieden
De aangekondigde Wet op kwaliteitsbanen (Quality Jobs Act) moet onder meer antwoord geven op deze vragen. Sinds 20 juli loopt een tweede consultatieronde met de Europese sociale partners. Een belangrijk onderdeel daarvan is algoritmisch management.
Bij een kwart van de Europese werknemers worden beoordelingen al deels door systemen gedaan, en bij ongeveer net zoveel de roosters. De Commissie wil dat werknemers kunnen zien hoe zulke systemen werken en toegang krijgen tot hun eigen prestatiescores. Besluiten over promotie, sancties of ontslag zouden altijd door een mens moeten worden genomen. Ook wordt gekeken naar een mogelijke rol voor werknemersvertegenwoordigers bij het laten beoordelen van dergelijke systemen. Nederland heeft met het instemmingsrecht van de ondernemingsraad al een relatief sterke positie, die de Commissie zelf als voorbeeld noemt.
Daarnaast wil de Commissie de Europese regels voor gezond en veilig werken actualiseren. De huidige richtlijnen voor de werkplek en het beeldschermwerk stammen uit 1989 en 1990, toen laptops en thuiswerken nog niet bestonden. De commissie kijkt daarom onder meer naar minimumeisen voor werkdruk, ergonomie, werken bij hitte en grensoverschrijdend gedrag. Voor organisaties met veel hybride werk, en dat zijn de meeste overheidsorganisaties, kan dat gevolgen hebben voor het thuiswerkbeleid.
Verder kijkt de Commissie naar lange ketens van onderaannemers. Zo wordt overwogen om opdrachtgevers aansprakelijk te stellen wanneer verderop in de keten geen loon wordt betaald. Dat raakt ook publieke opdrachtgevers die schoonmaak, beveiliging of ICT uitbesteden. Bij reorganisaties wil de Commissie vooral dat werkgevers eerder met werknemers overleggen en meer investeren in omscholing. Ook moet de handhaving worden versterkt, met meer capaciteit voor arbeidsinspecties en betere samenwerking met de privacytoezichthouders.
Over de precieze invulling verschillen vakbonden en werkgevers nog sterk van mening. Vakbonden pleiten voor bindende regels, terwijl werkgevers vooral vragen om richtsnoeren en vereenvoudiging. De Commissie lijkt vooralsnog te koersen op gerichte aanpassingen, met oog voor de lasten voor kleinere werkgevers.
Arbeidsmobiliteit als antwoord op personeelstekorten
Een tweede ontwikkeling die direct relevant is voor het publieke domein, is het Europese Pakket voor eerlijke mobiliteit dat de Commissie op 15 september presenteerde. Von der Leyen wil dat de interne markt ook een markt voor vaardigheden wordt. Het pakket moet het voor werknemers makkelijker maken om binnen Europa te werken. Sociale zekerheidsdocumenten moeten digitaal beschikbaar worden en diploma’s en certificaten beter vergelijkbaar. Ook wil de Commissie de erkenning van beroepskwalificaties versnellen, onder meer voor artsen, verpleegkundigen en leraren.
Dat is relevant voor sectoren waar personeelstekorten groot zijn. Snellere erkenning van buitenlandse diploma’s kan internationale werving vergemakkelijken. Maar daarmee is een medewerker nog niet duurzaam ingebed in een organisatie. Werkgevers zullen ook moeten investeren in bijvoorbeeld taal, begeleiding en een goede introductie. Internationale werving is daarmee geen oplossing voor personeelstekorten op zichzelf, maar kan wel onderdeel zijn van een bredere arbeidsmarktaanpak.
Tien jaar Europese Pijler van Sociale Rechten
Volgend jaar bestaat de Europese Pijler van Sociale Rechten tien jaar. De Europese Commissie maakt daarom de balans op van de doelen voor 2030. Het werkgelegenheidsdoel van 78 procent is binnen bereik, maar de deelname aan scholing blijft ver achter en de armoede daalt veel langzamer dan gehoopt. Tegelijkertijd blijft veel arbeidspotentieel onbenut: bijna 50 miljoen Europeanen in de werkende leeftijd doen niet mee op de arbeidsmarkt, onder wie ongeveer 32 miljoen vrouwen.
De Commissie vraagt de sociale partners daarom hoe mensen met grote belemmeringen aan het werk kunnen komen. In 2027 volgt een Europese Care Deal over de kwaliteit en betaalbaarheid van zorg en de personeelstekorten in de langdurige zorg. Dat zijn ook in Nederland bekende vraagstukken: te weinig zorgpersoneel, overbelaste mantelzorgers en de moeite om werk en zorg te combineren.
Een ontwikkeling die voor werkgevers al concreter wordt, is loontransparantie. Het Nederlandse wetsvoorstel ligt sinds mei 2026 bij de Tweede Kamer. Werkgevers moeten in vacatures en gesprekken duidelijker zijn over beloning en grotere organisaties moeten rapporteren over loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Voor publieke werkgevers betekent dat vooral dat ze inschaling, toelagen en doorgroeimogelijkheden goed moeten kunnen onderbouwen binnen hun cao- en functiegebouwen.
Wonen, zorg en het recht om te blijven
Ook wonen krijgt een nadrukkelijkere plek in de Europese sociale agenda. Volgens Von der Leyen horen wonen en zorg bij het economische fundament van Europa. De Commissie heeft een voorstel gedaan voor een Affordable Housing Act, waarmee lidstaten en gemeenten meer ruimte krijgen om in te grijpen bij kortetermijnverhuur en speculatie.
Daarnaast werkt de Commissie aan het ‘recht om te blijven’: mensen moeten in hun eigen regio kunnen blijven wonen en werken, met banen, onderwijs, zorg en betaalbare huizen in de buurt. Dat idee kennen we in Nederland van “Elke regio telt!” en de Regio Deals.Voor de arbeidsmarkt is dit relevant: waar wonen onbetaalbaar wordt of voorzieningen verdwijnen, trekken jonge mensen weg. Daarmee wordt het voor scholen, gemeenten en zorginstellingen nog moeilijker om personeel te vinden en te behouden.
Wat betekent dit voor publieke organisaties?
Hoeveel een organisatie hiervan merkt, verschilt per sector. Overheden en uitvoeringsorganisaties krijgen onder meer te maken met de nieuwe regels rond hybride werken, beeldschermwerk en AI, en met vragen over de rol van HR, ICT en de ondernemingsraad. In het onderwijs spelen personeelstekorten, sociale veiligheid, werkdruk en de erkenning van buitenlandse lerarendiploma’s een rol. In de zorg staan de Care Deal en de snellere diploma-erkenning centraal. Cao-partijen en ondernemingsraden krijgen nieuwe onderwerpen op tafel, zoals algoritmisch management, loontransparantie en afspraken over menselijke controle. Arbeidsmarktfondsen kunnen de Europese aandacht voor vaardigheden benutten voor hun eigen scholings- en ontwikkelplannen.
Wat nu?
De komende maanden worden daarom belangrijk. Eind dit jaar komt het voorstel voor de Wet op kwaliteitsbanen. Het mobiliteitspakket gaat naar het Europees Parlement en de Raad. In 2027 volgen de Care Deal en de top over de Europese Pijler van Sociale Rechten.
Voor publieke werkgevers, cao-partijen, ondernemingsraden en arbeidsmarktfondsen is het verstandig om de Europese plannen nu al naast de eigen afspraken te leggen. Welke gevolgen kunnen nieuwe regels hebben voor afspraken over AI, thuiswerken of scholing? Waar is ruimte om invloed uit te oefenen? En welke Europese ontwikkelingen kunnen helpen bij de vraagstukken waar organisaties nu al mee worstelen? De Europese sociale agenda wordt daarmee steeds minder een verhaal over wat er in Brussel gebeurt en steeds meer een onderdeel van het gesprek over de toekomst van werk in Nederland.
CAOP volgt de ontwikkelingen en vertaalt ze naar wat ze betekenen voor werken en leren in het publieke domein.