Tijdens zijn afscheidssymposium in PAARD in Den Haag blikte Van der Wal terug op tien jaar Ien Dales-leerstoel en op de ontwikkeling van integriteit en sociale veiligheid binnen de publieke sector. Zijn boodschap was niet dat deze thema’s minder belangrijk zijn geworden. Integendeel. Juist omdat ze zo belangrijk zijn, moeten we volgens hem zorgvuldiger omgaan met de woorden die we ervoor gebruiken.
Van Ien Dales naar de integriteitsindustrie
Van der Wal nam de zaal mee terug naar de toespraak van Ien Dales tijdens het VNG-congres in 1992. Haar uitspraak dat “een beetje integer niet kan” vormde het begin van een ontwikkeling die leidde tot gedragscodes, meldprocedures, integriteitsonderzoeken, vertrouwenspersonen en gespecialiseerde commissies. Het bewustzijn rondom integriteit is daardoor enorm gegroeid. Maar volgens Van der Wal is er ook een keerzijde ontstaan. “Cruciale begrippen dreigen hun betekenis te verliezen. Ernstiger nog: het doet fundamenteel iets met cultuur en leiderschap. Een selectievere inzet is hoog nodig.”
Volgens hem worden begrippen als integriteit en sociale veiligheid steeds vaker gebruikt voor situaties die eigenlijk om een andere duiding vragen. Een ongemakkelijk gesprek, een arbeidsconflict of een onhandige opmerking krijgt al snel het label ‘onveilig’ of ‘integriteitsschending’. “Zware woorden vragen om zware maatregelen.” Daarmee, waarschuwde hij, ontstaat niet alleen een groeiende “integriteitsindustrie” van protocollen, onderzoeken en externe bureaus, maar raken leidinggevenden ook steeds handelingsverlegener.
Meer regels betekenen niet automatisch meer veiligheid
Van der Wal benadrukte dat echte gevallen van grensoverschrijdend gedrag altijd serieus genomen moeten worden. Zijn pleidooi is juist om onderscheid te blijven maken tussen verschillende soorten situaties. Volgens hem is de oorspronkelijke betekenis van psychological safety, zoals beschreven door Amy Edmondson, gaandeweg verschoven. Waar psychologische veiligheid draait om een cultuur waarin mensen elkaar durven aanspreken, fouten bespreken en kritische vragen stellen, wordt sociale veiligheid volgens Van der Wal steeds vaker opgevat als het vermijden van ongemak.
“Als integriteit wordt gereduceerd tot afvinken, dan wordt het een ritueel zonder betekenis.” Juist daardoor ontstaat volgens hem een paradox: de nadruk op sociale veiligheid kan ertoe leiden dat organisaties minder kritisch worden, leidinggevenden lastige gesprekken uit de weg gaan en medewerkers elkaar minder durven aanspreken.
Niet alleen taal, maar ook macht
De reflecties vanuit het panel maakten duidelijk dat Van der Wals analyse breed werd herkend, maar ook vragen opriep. Leonie Heres, hoogleraar en onderzoeker op het gebied van bestuurlijke integriteit en ethisch leiderschap, onderschreef het belang van zorgvuldig taalgebruik, maar miste één essentieel element in het betoog. “Heel veel vandaag gaat over taal en het belang van taal. Maar nergens in je verhaal komt het woord macht voor.”
Volgens Heres zijn sociale veiligheid en integriteit uiteindelijk onlosmakelijk verbonden met machtsverhoudingen binnen organisaties. Mensen grijpen volgens haar juist naar de taal van sociale veiligheid wanneer zij zich niet gehoord of gezien voelen en proberen daarmee de machtsbalans te herstellen. Daarmee verschoof het gesprek van begrippen naar de vraag wat er onder meldingen schuilgaat: niet alleen individuele ervaringen, maar ook structurele ongelijkheid en organisatiecultuur.
Achter iedere melding schuilt een ander verhaal
Angelien Eijsink, voormalig voorzitter van de Commissie Integriteit en Sociale Veiligheid van het ministerie van Financiën, legde de nadruk op maatwerk. Volgens haar begint een goede aanpak niet met protocollen, maar met luisteren. “Iedere melding is heel anders. Iedere melding is niet simpel en niet eenvoudig.” In de praktijk blijkt volgens Eijsink dat mensen vaak zelf nog niet weten waarmee zij precies worstelen. Is er sprake van sociale onveiligheid, een arbeidsconflict, integriteit of een combinatie daarvan? Dat vraagt tijd, aandacht en vooral veel vragen stellen voordat conclusies worden getrokken.
Ook Leo Huberts, emeritus hoogleraar bestuurskunde en een van de grondleggers van het Nederlandse integriteitsonderzoek, plaatste Van der Wals betoog in historisch perspectief. Volgens Huberts heeft het integriteitsdenken zich de afgelopen decennia sterk ontwikkeld, maar blijft de kernvraag dezelfde: hoe geef je publieke waarden betekenis in de dagelijkse praktijk van bestuur en organisatie? Hij onderschreef Van der Wals pleidooi voor meer begripsverheldering en waarschuwde ervoor om integriteit en sociale veiligheid als vanzelfsprekende containerbegrippen te gebruiken. Juist omdat beide thema’s nauw met elkaar samenhangen, is het volgens Huberts belangrijk om steeds scherp te blijven op wat precies wordt bedoeld en welke aanpak daarbij past.
De organisatie als vertrekpunt
Ook vanuit de zaal werd het debat verder verdiept. Verschillende deelnemers wezen erop dat meldingen vaak voortkomen uit bredere organisatievraagstukken, zoals hoge werkdruk, afnemende autonomie, hybride werken of het ontbreken van ruimte voor professionele ontwikkeling. Niet alleen individuele medewerkers of leidinggevenden verdienen aandacht, maar ook de manier waarop werk is georganiseerd.
Van der Wal sloot zich daarbij aan. Volgens hem vraagt een responsieve organisatie niet alleen om duidelijke regels, maar vooral om een cultuur waarin mensen elkaar durven aanspreken, kritiek kunnen geven én ontvangen en waarin ook ongemak onderdeel mag zijn van professionele samenwerking. “Een cultuur van tegenspraak creëer je niet zomaar.”
Het gesprek voortzetten
Van der Wal sloot zijn periode als bijzonder hoogleraar af met een oproep die misschien wel actueler is dan ooit. Niet om minder aandacht te besteden aan integriteit of sociale veiligheid, maar om zorgvuldiger te zijn in de woorden die we gebruiken, ruimte te houden voor professionele oordeelsvorming en het gesprek over goed bestuur te blijven voeren. Juist daardoor behouden begrippen als integriteit en sociale veiligheid hun betekenis én hun kracht.
Het afscheidsessay ‘35 jaar na de speech van Dales: kan een ‘beetje integer’ wél?’ bouwt voort op de thema’s uit de middag en is hieronder beschikbaar.