Zoeken Menu

Vakmanschap in transitie

Uw organisatie opereert in een dynamische omgeving. De samenleving staat niet stil en dat vergt voortdurend mogelijkheden tot veranderen en vernieuwen. Wat betekent dat voor medewerkers en hun vakmanschap?

Medewerkers die zich bewust zijn van deze ontwikkeling, vragen zich doorlopend af:

  • hoe lever ik toegevoegde waarde;
  • welke andere en nieuwe competenties heb ik daarvoor nodig?

Ander soort vakmanschap

Een voorbeeld: gemeentebeleid werd tot voor kort vooral achter het bureau bedacht. Vandaag is de opdracht steeds vaker om het beleid te ontwikkelen in samenspraak met degenen voor wie het beleid is bedoeld, in dit geval burgers en bedrijven.
Regels die opleggen hoe je het werk moet uitvoeren, gaan (grotendeels) verdwijnen en er ontstaat ruimte voor differentiatie en maatwerk.
De medewerker zal in staat moeten zijn om, tegen de achtergrond van de kernwaarden van zijn organisatie, handelend op te treden. Dat vergt een ander soort vakmanschap. Hoe ziet dat eruit?


Vakmanschap 5.0

Wat verstaan we onder vakmanschap 5.0?

Dat betekent dat medewerkers in staat zijn om:

  • tegen de achtergrond van de kernwaarden van de organisatie, maatwerk te leveren voor opdrachtgevers en andere belanghebbenden:

    • een standaardaanpak voor een veelheid aan complexe vraagstukken past niet meer in deze tijd;
    • belanghebbenden (bijvoorbeeld burgers en bedrijven) participeren actief in besluitvormingsprocessen, de medewerker draagt zorg voor regie en vervult een bemiddelende rol;

  • verantwoordelijkheid te nemen voor hun optreden en zelfsturend te werken. Hierbij hoort dat medewerkers het vertrouwen krijgen van hun leidinggevende;
  • doorlopend te leren en zich te ontwikkelen in het eigen vakgebied en daarbuiten. Het gaat daarbij om een breed palet aan leermogelijkheden, dus niet alleen via cursussen en trainingen, maar ook om:

    • leren in het werk;
    • leren van feedback;
    • spiegelen op het eigen handelen;
    • intervisie;

  • kennis te delen en te verwerven door het netwerk actief te benutten. In (digitale) netwerken delen vakgenoten kennis en ervaring(en);
  • expert op verschillende gebieden te zijn en zo de kwetsbaarheid van het vakmanschap te verkleinen. Vakgebieden ontwikkelen zich, maar verdwijnen na verloop van tijd ook weer. We zien steeds meer dat de houdbaarheid van vakgebieden korter wordt.

Wat hebt u nodig?

Welke ontwikkelingen doen zich voor bij uw organisatie?
Welke gevolgen hebben die ontwikkelingen voor het vakmanschap? 
Om dat in beeld te brengen, kunnen wij u een strategische sessie aanbieden. Daarbij verkennen we samen ook wat de centrale rol van vakmanschap betekent voor de rol van leidinggevenden, management en HR.

Hoe vormt u uw organisatie om tot een organisatie 5.0?

In een organisatieontwikkeltraject dat volgt op de strategische sessie, vormen we de organisatie om tot een organisatie 5.0, met als kernbegrippen:

  • ruimte voor de professional;
  • zelf- en teamsturing;
  • leidinggevenden in de ondersteunende rol;
  • actieve participatie van klantgroepen (met gebruik van digitale technieken).

Bij dit interactieve ontwikkeltraject zijn medewerkers betrokken en zetten we digitale technieken in.