Zoeken Menu

Vragen en antwoorden

Telefonisch spreekuur

Van dinsdag tot en met vrijdag kunt u tussen 10 en 12.30  uur terecht bij onze expert Kees Sparrius op het telefonische spreekuur. Maar lees eerst de veelgestelde vragen en antwoorden. Mogelijk vindt u hier al antwoord op uw vraag.

Veelgestelde vragen en antwoorden

 

Wanneer treedt de normaliseringswet in werking?

Dat is nu nog niet met zekerheid te zeggen. Voordat de wet in werking kan treden, moet nog veel aanpassings- en invoeringswetgeving tot stand komen. Dat duurt waarschijnlijk twee tot drie jaar. De wet zal dus zeker niet voor 1 januari 2019 in werking treden. Een latere datum (bijvoorbeeld 1 januari 2020) is nog waarschijnlijker.

Zijn er nog ambtenaren, nadat de normaliseringswet in werking is getreden?

Jazeker, alleen de omschrijving van het begrip ‘ambtenaar’ wordt aangepast. In de zin van de nieuwe Ambtenarenwet (artikel 1 lid 1) luidt die omschrijving: ‘Ambtenaar in de zin van deze wet is degene die krachtens een arbeidsovereenkomst met een overheidswerkgever werkzaam is.’ Er blijven dus gewoon ambtenaren bestaan. Deze ambtenaren met een arbeidsovereenkomst vallen onder het civiele recht én de nieuwe Ambtenarenwet. Zie ook het antwoord op de volgende vraag.

Welke verschillende soorten ambtenaren zijn er na de normalisering?

Dat zijn:

  • De ambtenaar ‘nieuwe stijl’: ambtenaren met een arbeidsovereenkomst in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet, die vallen onder het civiele arbeidsrecht en op wie daarnaast publiekrechtelijke regels van toepassing blijven, waaronder de nieuwe Ambtenarenwet. Er zijn twee varianten:
    • werknemers die al ambtenaar waren;
    • werknemers die geen ambtenaar waren maar dat door de wetswijziging wel worden, doordat hun werkgever een ‘overheidswerkgever’ is in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet. Bijvoorbeeld: de medewerkers van de Sociale Verzekeringsbank, het UWV en De Nederlandsche Bank.

  • De ambtenaar ‘oude stijl’: degenen die noch gewone werknemers zijn, noch ambtenaren in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet. Zij behouden hun publiekrechtelijke rechtspositie en rechtsbescherming. Met hen wordt dus geen arbeidsovereenkomst gesloten. Het gaat om ongeveer 20 procent van de huidige ambtenaren, bijvoorbeeld:

    • de rechterlijke ambtenaren op wie de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van toepassing is;
    • alle politieambtenaren;
    • alle ambtenaren van het ministerie van Defensie (zowel militairen als burgerambtenaren).
      De artikelen in de huidige Ambtenarenwet die betrekking hebben op de rechtspositie van deze ambtenaren, worden verplaatst naar de wet waarin hun specifieke rechtspositie is geregeld.

  • Ambtenaar af: voormalige ambtenaren oude stijl die geen ambtenaar nieuwe stijl worden, omdat hun werkgever geen overheidswerkgever is in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet. Het gaat vooral om de medewerkers van stichtingen voor openbaar onderwijs. Deze voormalige gemeenteambtenaren hebben de status van ambtenaar behouden toen hun werkgever een stichting werd. Die stichting is echter geen overheidswerkgever in de zin van de nieuwe Ambtenarenwet. Daarom verliezen deze medewerkers als gevolg van de normalisering alsnog de status van ambtenaar.

Wat zijn de belangrijkste gevolgen voor de rechtspositie van ambtenaren?

Voor de ambtenaren op wie de nieuwe Ambtenarenwet van toepassing wordt, zijn de belangrijkste gevolgen:

  • hun aanstelling wordt automatisch omgezet in een arbeidsovereenkomst;
  • op die arbeidsovereenkomst is het burgerlijk arbeidsrecht van toepassing, met als gevolg dat:
    • voor hen een preventieve ontslagtoets gaat gelden;
    • zij bij gedwongen ontslag na een dienstverband van ten minste twee jaar in principe recht hebben op een transitievergoeding;
  • op die arbeidsovereenkomst is het burgerlijk procesrecht van toepassing, zodat zij bij andere rechters moeten gaan procederen en het procederen duurder wordt;
  • ook de wijze waarop collectieve arbeidsvoorwaarden tot stand komen, verandert: daarop wordt het cao-recht van toepassing. Dat gaat uit van het principe van contractsvrijheid en kent daarom geen overeenstemmingsvereiste.  

In hoeverre blijft de Ambtenarenwet van kracht?

De Ambtenarenwet wordt gereserveerd voor de ‘ambtenaren nieuwe stijl’. In de nieuwe Ambtenarenwet wordt onder andere het volgende geregeld:

  • het integriteitsbeleid van overheidswerkgevers;
  • de ambtseed afleggen;
  • nevenfuncties / financiële belangen melden en openbaar maken;
  • de grondslag van een procedure om (een vermoeden van) misstanden te melden;
  • beperking van de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering;
  • geheimhoudingsplicht;
  • onderwerping aan onderzoeken aan het lichaam, aan kleding of van aanwezige goederen;
  • vertrouwensfuncties;
  • de grondslag om aan ambtenaren een reisverbod op te leggen.

Een aantal andere artikelen uit de (oude) Ambtenarenwet, zoals de bepalingen over beslag en terugvordering, verrekening en korting, wordt overgeheveld naar het Burgerlijk Wetboek.

Kan een ambtenaar na de normalisering makkelijker worden ontslagen?

Nee. Na de normalisering kan een overheidswerkgever een ambtenaar als regel niet ontslaan zonder tussenkomst van een externe instantie (UWV of kantonrechter). Ook kunnen in het burgerlijk ontslagrecht drie in plaats van twee rechters de rechtmatigheid van een ontslag beoordelen: een kantonrechter, een gerechtshof en de Hoge Raad. Deze kan een zaak terugverwijzen naar een gerechtshof, waardoor hier uiteindelijk zelfs vier rechters over oordelen.
Wel is de drempel om bij deze rechters te procederen hoger dan bij de huidige ambtenarenrechters vanwege hogere griffierechten en de verplichte rechtsbijstand door een advocaat bij een gerechtshof en de Hoge Raad. Ook vervalt de wettelijk voorgeschreven bezwaarschriftprocedure.
Per saldo maakt het wetsvoorstel het ontslag van ambtenaren niet gemakkelijker, maar juist moeilijker.

Wordt het ontslag van een ambtenaar na de normalisering goedkoper?

Nee, mogelijk zelfs duurder. Ook ambtenaren krijgen, na de normalisering van hun rechtspositie, bij een ontslag op initiatief van hun werkgever na een dienstverband van ten minste 24 maanden, in principe recht op een transitievergoeding. Deze vergoeding kan cumuleren met de boven- en nawettelijke werkloosheidsuitkeringen waar veel ambtenaren nu nog aanspraak op kunnen maken. Tenzij de wetgever een anticumulatiebepaling opneemt in de invoeringswet en/of organisaties van overheidswerkgevers en -werknemers de boven- en nawettelijke uitkeringsregelingen tijdig aanpassen.

Wat gebeurt er met de rechtspositieregelingen wanneer de wet in werking treedt?

Op dat moment zouden de rechtspositieregelingen van rechtswege vervallen en zouden nieuwe cao’s zijn afgesloten. Tenminste, dat was wat de initiatiefnemers tot het wetsvoorstel oorspronkelijk beoogden. Er was echter onvoldoende rekening gehouden met de mogelijkheid dat dan wellicht nog geen cao afgesloten zou zijn.
Om een impasse te voorkomen, is toen beslist dat bestaande rechtspositieregelingen gelden ‘als waren het cao’s’ wanneer nog geen cao is afgesloten (artikel 17 lid 3 van de nieuwe Ambtenarenwet). Deze overgangsbepaling roept veel vragen op. Uitgangspunt van de normalisering is dat ambtenaren er in materiële zin niet op achteruit mogen gaan. Sommige bepalingen uit de rechtspositieregelingen zijn mogelijk in strijd met het dwingende burgerlijke recht. De vraag is dan hoe hier mee om te gaan. De aanpassings- en invoeringswetgeving zal hierover wellicht meer duidelijkheid scheppen.

Leidt de wet ertoe dat bezwaarmogelijkheden wegvallen?

Dat hoeft niet. Weliswaar kunnen veel van de huidige ambtenaren straks niet langer op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bezwaar maken tegen besluiten van hun werkgever over hun rechtspositie. En ook het Burgerlijk Wetboek voorziet niet in de mogelijkheid tot bezwaar maken. Maar afspraken in de (nieuw af te sluiten) cao’s kunnen uitkomst bieden.

  • Het is mogelijk om geschillenregelingen voor werknemers in de cao op te nemen. Zo’n regeling kan betrekking hebben op functiebeschrijving en -waardering, maar ook ruimer zijn en ieder geschil omvatten dat voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst.
  • Een geschillenregeling kan het ook mogelijk maken om bezwaar aan te tekenen tegen besluiten en handelingen van de werkgever die in strijd zijn met de cao en het toepasselijke sociaal plan.
  • Bepalingen uit de Awb over bezwaar kunnen geheel of gedeeltelijk in de betreffende cao’s worden overgenomen, of er kan een eigen bezwaarregeling worden opgetuigd.
  • De Awb is niet langer van toepassing op geschillenregelingen.

Geldt voor de bezwaarmogelijkheden overgangsrecht?

Ja, artikel 16 van de nieuwe Ambtenarenwet geeft straks overgangsrecht voor procedures van bezwaar, beroep en hoger beroep. Voor besluiten en handelingen die bekend zijn gemaakt voordat de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt, blijven het oude materiële ambtenarenrecht en het (proces)recht van de Awb van toepassing.

Wordt straks met alle huidige ambtenaren een arbeidsovereenkomst afgesloten?

Niet noodzakelijkerwijs. Op de dag dat de normaliseringswet in werking treedt, wordt (volgens artikel 14 van de nieuwe Ambtenarenwet) de aanstelling van de ambtenaar op wie die wet van toepassing is, van rechtswege omgezet naar een arbeidsovereenkomst. Deze arbeidsovereenkomst bevat de rechten en plichten van de ambtenaar, zoals overeengekomen vóór de inwerkingtreding.
Het is dus niet strikt noodzakelijk om alle huidige ambtenaren op wie de normalisering van toepassing is, een arbeidsovereenkomst te laten ondertekenen. Dit verdient echter wel aanbeveling: het schept duidelijkheid over de wederzijdse rechten en plichten en biedt de mogelijkheid om huidige en toekomstige cao’s van toepassing te verklaren op alle ambtenaren binnen het toepassingsgebied van die cao’s, ongeacht of zij lid zijn van een vakorganisatie die bij de totstandkoming van die cao’s betrokken is geweest.

Kan de ambtenaar de arbeidsovereenkomst weigeren?

Het wetsvoorstel biedt de ambtenaar geen mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de omzetting van zijn aanstelling in een arbeidsovereenkomst. Een ambtenaar die niet wil werken op basis van een arbeidsovereenkomst, kan op grond van zijn huidige rechtspositie eervol ontslag aanvragen. Wanneer hij door dat ontslag werkloos wordt, is hij verwijtbaar werkloos. Dat betekent dat hij geen recht heeft op een WW-uitkering of een boven- of nawettelijke werkloosheidsuitkering.

Blijft het overeenstemmingsvereiste bestaan?

Het overeenstemmingsvereiste is bedoeld als tegenwicht tegen de eenzijdige vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren door overheidswerkgevers. Daarmee is dit vereiste te beschouwen als een vorm van ongelijkheidscompensatie.
Het wetsvoorstel sluit de toepasselijkheid van het overeenstemmingsvereiste, op het wetsvoorstel zelf en op de daarbij behorende aanpassings- en invoeringswetgeving, uitdrukkelijk uit. De vakcentrales van overheidspersoneel zijn het niet eens met deze uitsluiting. Zij hebben in kort geding gevorderd dat de minister van BZK, voordat hij het wetsvoorstel bekrachtigt, met hen overleg voert gericht op het bereiken van overeenstemming. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft deze vordering op 17 november 2016 afgewezen.Het gerechtshof Den Haag heeft deze uitspraak van de voorzieningenrechter bij een arrest van 23 december 2016 bekrachtigd. De vakcentrales van overheidspersoneel stellen tegen dit arrest geen cassatieberoep in. Daardoor kan de minister van BZK het wetsvoorstel bekrachtigen zonder dat hij daarover in overleg hoeft te treden met de vakcentrales van overheidspersoneel. Wel heeft de minister toegezegd dat hij, na de bekrachtiging van het wetsvoorstel, met deze vakcentrales wil overleggen over de aanpassings- en invoeringswetgeving. Dat overleg zal gericht zijn op het bereiken van overeenstemming.
In het genormaliseerde bestel is het overeenstemmingsvereiste niet meer van toepassing. Dan kunnen (organisaties van) overheidswerkgevers zelf bepalen met wie en over welke onderwerpen die betrekking hebben op de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren, zij overleg voeren.