Zoeken Menu

‘Stel ontwikkelkansen alle kinderen centraal in kindvoorzieningen’

25-06-2018
het boek Integrale kindcentra. Van visie naar uitvoeringspraktijk, geschreven door Hans Schwartz, Marijke Bertu en Marjan van der Maas.

In kindvoorzieningen, zoals de brede school en het (integrale) kindcentrum, moet inclusie weer voorop staan. Dat stelt Hans Schwartz, senior adviseur arbeidszaken bij het CAOP, in een  opiniestuk in het vakblad voor de kinderopvang: BBMP (155 KB). Niet ‘het kind’, maar ‘de kinderen’ moeten weer centraal staan.

Meer keuzemogelijkheden, maar minder gelijke kansen

De huidige trend in het onderwijs is dat er steeds meer keuzemogelijkheden zijn voor leerlingen en hun ouders. Ook in brede scholen en integrale kindcentra is deze trend zichtbaar. Kindvoorzieningen hebben als primair doel elk kind één doorlopende, individuele ontwikkellijn aan te bieden.
Tegelijkertijd heeft de onderwijsinspectie geconstateerd dat er sprake is van een toenemende kansenongelijkheid onder kinderen. De onderwijsinspectie constateert dat het opleidingsniveau van ouders en de invloed van herkomst de onderwijsresultaten en het studiesucces steeds meer bepalen. Dit noemt Schwartz ronduit alarmerend. ‘Opgroeien in een omgeving van armoede belemmert de ontwikkeling van kinderen.’

Invloed differentiatie en personalisering

Wat is de invloed van de trend van alsmaar verdergaande differentiatie en personalisering op de geconstateerde kansenongelijkheid? Dat noemt Schwartz een belangrijke vraag. Er is namelijk ook een tegenbeweging ontstaan die benadrukt dat er grenzen zijn aan personalisering. Daarbij wordt gewezen op de negatieve effecten van differentiatie voor de kansengelijkheid.

Inclusie moet voorop staan

Schwartz stelt in het opiniestuk dat in kindvoorzieningen inclusie voorop moet staan. Vanuit die basis kunnen vervolgens integratie en differentiatie plaatsvinden. Hij illustreert dit aan de hand van een praktijkvoorbeeld van kindcentrum Prins Willem Alexander (PWA) in de Westwijk van Vlaardingen. Dit kindcentrum verzorgt onderwijs en opvang voor kinderen in een wijk met veel gezinnen die moeten rondkomen van het sociaal minimum. Daarom is gekozen voor een continurooster, met extra leertijd in de middagpauze en diverse naschoolse activiteiten. Het kindcentrum doet hiermee een serieuze poging tot inclusie en ondersteunt ook de participatie van ouders.

Volgens Schwartz is dit in zekere zin een terugkeer naar de basis van de ontwikkeling van bredere kindvoorzieningen in de jaren negentig. De primaire doelstelling van kindcentra was toen het bevorderen van de arbeidsmarktparticipatie van de ouders.

Niet het kind, maar de kinderen centraal

‘De recente focus in het beleid op integratie en differentiatie stelt het kind centraal,’ aldus Schwartz. Maar die focus vindt hij te smal. In plaats van op de smalle leerprestaties van het individuele kind, zouden kindvoorzieningen moeten focussen op de brede ontwikkelkansen voor alle kinderen. ‘Als we kansarme kinderen rijke kansen willen bieden, moeten we niet inzetten op ongebreidelde keuzevrijheid voor het individuele kind.’ Niet ‘het kind’, maar ‘de kinderen’ moeten centraal staan.

Belangrijke rol voor gemeenten

De harmonisatie van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang is volgens Schwartz een impuls voor inclusie. Daarnaast komen ouders die een studie of werktraject volgen, nu in aanmerking voor de kinderopvangtoeslag. Voor wie dit niet geldt, verstrekken gemeenten subsidie voor peuteropvang. Schwartz benadrukt de belangrijke rol voor gemeenten: ‘In afwachting van echt betekenisvolle stappen op landelijk niveau is het voorlopig aan gemeenten om vanuit hun regierol de ontwikkeling van rijke kindvoorzieningen voor kansarme kinderen te stimuleren.’

Meer informatie