Zoeken Menu

Integriteitsdebat: ‘doe aan zelfreflectie en zorg voor weerbare politici’

11-12-2017

Integriteit, integritisme en reputatiemanagement. Over dit soort thema’s zijn volksvertegenwoordigers en griffiers van de decentrale overheden met elkaar in gesprek gegaan. Eind november vindt voor hen de debatbijeenkomst ‘Integriteit in de avond’ plaats. Denk actief na over integriteit en bevorder de weerbaarheid van politieke ambtsdragers zijn daar belangrijke boodschappen.
Het debat is door veel partners georganiseerd onder coördinatie van het CAOP. Zo zijn de Ien Dales Leerstoel (CAOP), VNG, UvW, IPO, StatenlidNU, de Vereniging Belangenbehartiging Algemeen Bestuurders van Waterschappen en de Vereniging van Griffiers allemaal betrokken. BZK heeft financieel bijgedragen.

Schijnwerper


Hoogleraar Zeger van der Wal (Ien Dales Leerstoel), opent als avondvoorzitter met een korte reflectie op de bijzondere positie van volksvertegenwoordigers. ‘De volksvertegenwoordiger weet zich continu in het volle licht van de schijnwerper. Zelfs de beschuldiging van een vermeende integriteitsschending kan zijn reputatie al breken.’ De grote aandacht voor integriteit van politici is verklaarbaar omdat zij beeldbepalend zijn voor de overheid. Des te wonderlijker vindt Van der Wal het dat ‘juist voor volksvertegenwoordigers zo weinig goede integriteitsopleidingen beschikbaar zijn.’  Wèl is er de handreiking van BZK - opgesteld  samen met IPO, VNG en UvW - die bij de deelnemers aan het debat goed bekend is. Maar het trainingsaanbod richt zich toch vooral op de ambtenaar als professional.

Gedeelde moraal


Leo Huberts (hoogleraar Bestuurskunde  Vrije Universiteit Amsterdam) prikkelt de aanwezigen door verschillende definities van integriteit naast elkaar te zetten. Hij maakt hiermee de uiteenlopende opvattingen  over integriteit duidelijk. Daardoor denken mensen verschillend  over  wat een integriteitsschending is. Als het gaat om vraagstukken van integriteit vindt Huberts drie elementen essentieel: het moet gaan om (1) het handelen van de politicus (dus niet om zijn opvattingen), over (2) de morele kwaliteit van dat handelen en (3) om een gedeelde geldende moraal.
Als vraagstukken als niet-integer worden bestempeld, is het goed om na te gaan of deze drie elementen aan de orde zijn. Is dat niet het geval, dan is er naar het oordeel van Huberts sprake van integritisme: het ten onrechte iemands integriteit in het geding brengen.

Door vragen uit de zaal verkent Huberts met de deelnemers wat ‘een gedeelde geldende moraal’ eigenlijk is. Naar voren komt dat moraal geen vastomlijnd kader is maar afhankelijk is van tijd en plaats. Voor de moraal van de politieke ambtsdrager zijn zowel opvattingen van ambtsgenoten als die van de kiezer van belang. Maar ook de context van een integriteitskwestie en de cultuur binnen een organisatie spelen een belangrijke rol. Daarom moet je  steeds het gesprek blijven voeren over goed en kwaad. Het is  van belang om de onderstroom in de gaten te houden over wat wel en niet geaccepteerd wordt én hierop te anticiperen.

Bewust van eigen houding


Huberts sluit zijn bijdrage  af met een aantal adviezen. Centraal staat dat de politicus zich steeds weer bewust moet zijn van zijn eigen handelen. Als dan een keer een vraag over de integriteit van dat handelen wordt gesteld, kan hij dat  toetsen aan de eerder genoemde drie elementen. Door daarbij met de blik van een ander te kijken, versterkt hij zijn zelfreflectie.

Balans regels/vrijheid


Na deze inleiding volgt een paneldebat. De deelnemers hieraan zijn respectievelijk statenlid, waterschapsbestuurder, voormalig gemeentebestuurder, griffier en integriteitsadviseur. De panelleden geven hun persoonlijke visie op en ervaring met integriteit. Het statenlid heeft zelf ervaren dat een kwestie al snel leidt tot strengere regels. Maar er moet een werkbare balans blijven bestaan tussen het stellen van regels en het bieden van vrijheid van handelen. Integriteit moet verder  voor organisaties  geen bijzonder onderwerp  zijn maar tot de kern van de bedrijfsvoering horen, zoals ook financieel beleid en ICT dat zijn.

Gedrag waarderen

De bestuurder merkt op dat een fout, al dan niet onbedoeld, snel gemaakt is. Een politicus moet steeds scherp blijven op het eigen handelen en open te staan voor reflectie. Dit helpt bij de morele oordeelsvorming en het voorkomen van het maken van een misstap. Tijdens het paneldebat is de stelling geponeerd dat juist een politicus die uit de bocht vliegt , een tweede kans verdient. Dit vanwege het  veronderstelde lerend vermogen van de politicus waardoor de kans op een tweede misser aanzienlijk kleiner is. Dit draagt vervolgens weer bij aan verbetering van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Wel moet de politiek daarbij waken voor een te snelle doorstart, om  de geloofwaardigheid in het openbaar bestuur te versterken .

Ervaring van het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers bij het CAOP leert dat het bij veel vermoede misstanden  niet om een integriteitsvraagstuk blijkt te gaan, maar om een andere kwestie, bijvoorbeeld om een politiek meningsverschil. Juist daarom pleit de griffier voor een positieve benadering van integriteit. Stel het gedrag dat we waarderen centraal in plaats van het handelen dat we afkeuren. Door deze positieve benadering wordt mogelijk de inzet van integriteit als politiek wapen ontkracht.

Regie

In zijn bijdrage over reputatiemanagement schetst Jan Schinkelshoek, communicatieadviseur en voormalig politicus, dat het maatschappelijke klimaat voor politici niet makkelijk is. De snelheid van de media en een veranderd medialandschap maakt het  lastig om een vermoede integriteitskwestie zonder kleerscheuren te doorstaan. Ongeacht of het  daadwerkelijk om de integriteit van de bestuurder gaat.

Schinkelshoek adviseert dan ook, om zodra er iets opspeelt zelf de regie te nemen en zichtbaar op te treden in de media. Al was het maar om te voorkomen dat anderen de beeldvorming invullen of, erger nog, gaan speculeren. Als je naar buiten treedt, moet je  goed  weten welke  boodschap je wilt vertellen en je daaraan vasthouden. Laat je  ook niet  verleiden om meer te zeggen dan wat je kwijt wilt. Natuurlijk moet de boodschap feitelijk kloppen. Ook een procedurele mededeling voldoet  soms  om voor het moment enige duidelijkheid te geven.

Verder is het volgens Schinkelshoek belangrijk om te zorgen voor een zogeheten ‘beschermingswal’. Bijvoorbeeld een woordvoerder of adviseur die je helpt bij het verwoorden van je boodschap en er voor waakt dat je je niet laat meeslepen door emoties als woede of wrok. Schinkelshoek deed een dringende oproep aan de aanwezige politici om ook als collegae en partij goede zorg te hebben voor degene die onverhoopt in zwaar weer terecht komt. Los van de kwestie die speelt, is het goed om ook de persoon achter de kwestie in beeld te houden. Hij of zij kan in een zeer eenzame positie terecht komen.

Bij de afsluiting benadrukt Zeger van der Wal nogmaals  de noodzaak  voor politici  om voortdurend te reflecteren op het eigen handelen.

De volgende (grote) bijeenkomst over het onderwerp is de Dag en Nacht van de Integriteit op 26 en 27 september 2018.