Zoeken Menu

‘Goed leraarschap moet beter beloond worden’

13-08-2018

Betere carrièreperspectieven voor leraren moeten ervoor zorgen dat er nieuwe leraren bijkomen en zittende leraren hun motivatie behouden. Met de functiemix zouden de loopbaankansen voor leraren moeten verbeteren, maar leraren en schoolleiders zijn daar zelf nog overwegend negatief over.

‘Je kunt je verder bekwamen in je vak, maar je bent en blijft altijd leraar’, verklaart Frank Cörvers deze negativiteit onder leraren. De bijzonder hoogleraar onderwijsarbeidsmarkt bij het CAOP en Tilburg University schreef er met Ruud van der Aa en Jo Scheeren een publicatie over in Onderwijs aan het werk – 2018.

Functiemix

‘Je begint onervaren. Dat is heel zwaar en dan haken velen af. Je moet eerst de basisvaardigheden onder de knie krijgen voor je je verder kunt ontwikkelen. Maar je ziet dit dan onvoldoende terug in je functie. Vaak blijven leraren in het basisonderwijs in de (laagste) LA-schaal.’ Dat zegt Cörvers in een interview met Intermediair. Een meerderheid van de leraren vindt dat er de laatste jaren geen verbetering zichtbaar is. Ook de functiemix, die in het leven is geroepen om leerkrachten de mogelijkheid te bieden om carrière te maken, doet volgens deze leraren nog niet wat het moet doen.

Drie vormen van bekwaamheid

Cörvers vindt dat er drie vormen van bekwaamheid zijn in het leraarschap: startbekwaam, basisbekwaam en vakbekwaam. ‘Het gaat dan om beter worden in je vak. Dat is een belangrijke sleutel en de meest logische stap waaraan je denkt bij carrièreperspectief. Maar leraren maken niet automatisch die ontwikkeling door. Ze zijn na de Pabo klaar om les te geven: startbekwaam. Maar om basisbekwaam te worden, moet je een ontwikkeling doormaken. Dat kun je verder ontwikkelen in het hrm-beleid.’

Niet alle leraren zetten die extra stappen. ‘Als je het wel doet, kun je daar schalen en functieniveaus aan vastplakken en kom je in een hogere schaal. Bij de functiemix is dat in taken gedefinieerd, terwijl lesgeven het meest aantrekkelijke van het vak is’, zegt Cörvers.

Intrinsieke motivatie

De uitdaging ligt volgens Cörvers dus in inhoudelijke verdieping en ontplooiing. Hij onderscheidt naast de professionaliseringskant de takenkant. Bij de laatste krijg je moeilijkere taken en meer verantwoordelijkheden. ‘Dat loopt dus parallel aan professionalisering. Het zou een samenspel moeten zijn. Heb je hogere bekwaamheid, dan zou je ook andere taken moeten gaan doen.’ Carrière maken gaat voor veel leraren om het kunnen voldoen aan en behouden van de intrinsieke motivatie. Daar hoort ook een ‘fatsoenlijke’ beloning bij, en een beter imago en grotere aantrekkelijkheid van het beroep, vindt Cörvers.