Zoeken Menu

Gevolgen ontslag bepalend voor hoogte billijke vergoeding

17-07-2017

Wanneer de werkgever verwijtbaar heeft gehandeld bij een onvrijwillig ontslag, kan de kantonrechter naast de transitievergoeding ook een 'billijke vergoeding' toekennen. Maar wat bepaalt de hoogte van deze vergoeding? De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld dat de gevolgen van het ontslag voor de werknemer geen grond zijn voor een billijke vergoeding, maar wel mee mogen worden genomen bij het bepalen van de hoogte van het bedrag.

De Hoge Raad deed deze belangrijke uitspraak (ECLI:NL:HR:2017:1187) op 30 juni. Nadat de regels voor ontslagvergoedingen in 2015 ingrijpend zijn gewijzigd, was tot nu toe niet duidelijk hoe daarbij de omvang rechters van een ‘billijke vergoeding na een vernietigbare opzegging van de arbeidsovereenkomst’ (artikel 7:681 lid 1 onder a BW) moest worden bepaald. Waar de ene rechter hierbij rekening hield met de gevolgen van het ontslag voor de werknemer, deed de ander dit niet. Met de uitspraak van 30 juni heeft de Hoge Raad aanknopingspunten aangereikt om de hoogte van de billijke vergoeding te bepalen.

De casus

De zaak die aan de Hoge Raad werd voorgelegd draaide om een kapster die al sinds 1989 bij hetzelfde kappersbedrijf werkte, de laatste periode voor één vaste middag per week. Na een wisseling van eigenaar van het bedrijf stuurde de werkgever sinds begin 2014 aan op beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar zijn pogingen daartoe mislukten. In 2015 ontstond een conflict over de weken dat de werkneemster met vakantie wilde gaan. De werkgever gaf geen toestemming voor de gevraagde weken, waarop de werkneemster besloot om toch te gaan. Hierop zegde de werkgever de arbeidsovereenkomst op, zonder instemming van de werkneemster.

De kapster stapte vervolgens naar de kantonrechter. Hoewel een dergelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst vernietigbaar is (en door de kantonrechter kan worden teruggedraaid), koos de werkneemster ervoor om geen herstel van de arbeidsovereenkomst te vragen, maar een billijke vergoeding van bijna 60.000 euro bovenop de geldende transitievergoeding van 1.596 euro. De kantonrechter kende hierop een billijke vergoeding toe van 4.000 euro. Dit vond de werkneemster niet voldoende, waarop zij de zaak voorlegde aan het gerechtshof.

Het gerechtshof bevestigde het vonnis van de kantonrechter. Volgens het gerechtshof moet een billijke vergoeding een punitief en afschrikwekkend karakter hebben richting de werkgever. Dit moet tot uitdrukking komen in de hoogte van de vergoeding. De gevolgen van de opzegging van het dienstverband voor de werknemer zouden daarbij niet mee moeten spelen. De kapster was het hier niet mee eens en legde de uitspraak in cassatie voor aan de Hoge Raad.

Hoge Raad

De Hoge Raad besliste op 30 juni anders dan het gerechtshof. Volgens de Raad mag aan de billijke vergoeding geen punitief karakter worden toegekend. En hoewel de gevolgen van het ontslag voor de werknemer niet de reden mag zijn om een billijke vergoeding toe te kennen, kunnen de gevolgen wel degelijk meespelen bij het bepalen van de hoogte van een billijke vergoeding (áls deze wordt toegekend). Het hangt dan van de omstandigheden af of gemist inkomen mag worden meegerekend. Hierbij speelt onder andere mee in hoeverre de werkgever een verwijt valt te maken van de aanleiding tot de opzegging. Ook speelt mee of het afzien van vernietiging van de opzegging door de werknemer is toe te rekenen aan de werkgever.

Conclusie

Het gevolg van de uitspraak is dat kantonrechters bij het bepalen van de omvang van de billijke vergoeding rekening kunnen houden met de gevolgen van het ontslag. Ook hebben zij aanknopingspunten gekregen voor de manier waarop dat moet gebeuren, al biedt de routekaart nog veel vrijheid. Óf er grond is voor een billijke vergoeding blijft onveranderd.

Meer informatie

Heeft u juridisch vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact op met Lieuwien Busschers, juridisch adviseur bij het CAOP.

M: 06 5155 6849
E: l.busschers@caop.nl