Zoeken Menu

‘Gemeenten moeten langdurige relaties aangaan met het onderwijs’

5-07-2018

Wat is er nodig om op mbo-scholen te komen tot meer perspectiefvolle ontwikkelingstrajecten voor laaggeletterden, inburgeraars en andere doelgroepen. Ruud van der Aa en Marc van der Meer pleiten in een opiniestuk op ScienceGuide voor langdurige relaties tussen gemeenten en het onderwijs. Dit komt de ontwikkeling van leer-werktrajecten ten goede.

Het kabinet stelt in het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ meer te willen investeren in effectieve inburgering en bijspijkeren van basisvaardigheden en dicht daarbij het mbo een belangrijke rol toe. Het mbo heeft goede contacten in het werkveld en zou daarom, onder regie van de gemeenten, een centrale rol moeten spelen om een effectieve bijdrage te leveren aan de educatie van laaggeschoolden in de samenleving.

Regionale samenwerking

Ruud van der Aa, onderzoekscoördinator Arbeidsmarkt bij het CAOP en Marc van der Meer, bijzonder hoogleraar op de Leerstoel Onderwijsarbeidsmarkt van Tilburg University en het CAOP, vinden dat regionale samenwerking een uitkomst kan bieden om een consistent en sterk educatief aanbod te creëren. Daarom hebben zij de strategische afwegingen op het terrein van educatie in de provincie Noord-Brabant verkend.

Uit deze verkenning blijkt dat de diverse regionale stakeholders, met de gemeenten in de hoofdrol, het in belangrijke mate eens zijn over bijvoorbeeld de flexibiliteit van het educatieaanbod, een betere afstemming van educatietrajecten en een goede aansluiting van educatie op mbo-opleidingen en de betrokkenheid van het bedrijfsleven hierbij. Echter, de meningen verschillen als het gaat om (inzicht in) de resultaten van educatie, de kwaliteit van de geboden educatie en de behoefte aan integrale visie op educatie.

Duurzame samenwerking

Het is volgens Van der Aa en Van der Meer noodzakelijk om een inhoudelijk samenhangende onderwijsvoorziening te ontwikkelen om laaggeletterden, statushouders en niet-werkende jongvolwassenen duurzaam te laten participeren in de samenleving. Dat kan met een duurzaam en gericht aanbod aan educatieprogramma’s binnen een hechte opleidingsstructuur die flexibel is in toepassing, afhankelijk van de vraag in de arbeidsmarkt en de verschillen tussen doelgroepen.

Deze educatieprogramma’s zijn te bekostigen vanuit de bredere participatiemiddelen of sociale en economische budgetten. Het is dan wel cruciaal dat gemeenten en mbo-instellingen onderling nieuwe duurzame relaties ontwikkelen. Duurzame relaties zorgen voor een nieuwe vorm van samenwerking tussen onderwijsinstellingen en gemeenten. Een samenwerking die uitgaat van een bredere definitie van educatie dan nu het geval is. Het gaat dan om programma’s die verder reiken dan de beheersing van de taal of rekenen alleen.

Rol voor kabinet

Van der Aa en Van der Meer zien ook een rol weggelegd voor het kabinet en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Zij kunnen in samenwerking met de onderwijsinstellingen op landelijk niveau participatieafspraken ontwikkelen, waarin duurzaamheid, integraliteit en flexibiliteit van het aanbod en participatie van maatschappelijke groepen centraal staat. Zo zijn er meer dan alleen kortetermijnresultaten te behalen. De duurzame inzetbaarheid van docenten en de kwaliteit van het onderwijsaanbod kan op deze wijze beter worden gegarandeerd.