Zoeken Menu

Centrale Raad van Beroep concretiseert wettelijke zorgvuldigheidseisen voor afhandeling jeugdhulpverzoeken

12-05-2017

Op 1 mei 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep, de hoogste sociale bestuursrechter, voor het eerst een uitspraak gedaan over de behandeling van aanvragen voor jeugdzorg op grond van de nieuwe Jeugdwet. Op grond van deze wet hebben ouders geen wettelijk recht meer op jeugdzorg, maar zijn gemeenten verplicht die zorg te verlenen, echter alleen als de ouders en hun netwerk zelf niet in staat zijn de problemen van een jeugdige op te lossen. De eigen verantwoordelijkheid van ouders staat dus voorop, maar de gemeenten staan niet buitenspel. Bij de behandeling van aanvragen voor jeugdzorg moeten zij zich houden aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen.   

Behoefte aan concretisering

Deze zorgvuldigheidseisen vloeien voort uit artikel 2.3 van de Jeugdwet en artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Zij zijn echter niet gemakkelijk uit deze bepalingen af te leiden. Artikel 2.3 van de Jeugdwet bestaat uit twee lange zinnen die zelfs voor juristen moeilijk leesbaar zijn en artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een vage norm die in een concrete situatie verschillend kan worden uitgelegd. Er is dus behoefte aan concretisering van de zorgvuldigheidseisen die voortvloeien uit deze wettelijke bepalingen.  

Concrete zorgvuldigheidseisen Centrale Raad van Beroep 

In zijn uitspraak van 1 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1477, heeft de Centrale Raad van Beroep voor de behandeling van aanvragen voor jeugdzorg de volgende concrete zorgvuldigheidseisen gesteld:

  1. Allereerst moet de gemeente de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouders in kaart brengen.
  2. Hierna moet de gemeente vaststellen of er sprake is van problemen en/of stoornissen waarvoor jeugdzorg een oplossing kan bieden en zo ja, welke problemen en/of stoornissen dat zijn. Daarbij kan het gaan om opgroei- en opvoedingsproblemen en om psychische problemen en stoornissen.
  3. Pas als de gemeente de problemen en stoornissen heeft vastgesteld, kan zij bepalen welke hulp naar aard en omvang nodig is.
  4. Ten slotte moet de gemeente nog onderzoeken in hoeverre de ouders en het sociale netwerk de hulp die nodig is, zelf kunnen bieden. De gemeente is slechts verplicht hulp te bieden, voor zover de ouders en het sociale netwerk daartoe zelf niet in staat zijn.   

Externe adviezen kritisch beoordelen

In de praktijk beschikken vooral kleinere gemeenten soms niet over de onderzoekscapaciteit die nodig is om aan de bovenstaande zorgvuldigheidseisen te voldoen. Zij laten zich dan adviseren, bijvoorbeeld door een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). In het geval dat heeft geleid tot de bovengenoemde uitspraak is dat ook gebeurd. De gemeente moet dan beoordelen of een door haar ingewonnen advies over de verlening van jeugdzorg aan de bovenstaande zorgvuldigheidseisen voldoet. Laat een gemeente dit na of doet zij dit niet zorgvuldig genoeg, dan loopt zij een kans dat een op een extern advies gebaseerd besluit door een bestuursrechter wordt vernietigd. Een gemeente moet op het gebied van de jeugdzorg dus in elk geval voldoende deskundigheid in huis hebben om de externe adviezen die zij op dit gebied inwint, kritisch te kunnen beoordelen.

Meer informatie

Wilt u meer weten over de juridische producten en diensten van het CAOP op dit gebied? Of over onze activiteiten in de Zorg? Kijk dan op onze dienstenpagina of op de zorgpagina.

Heeft u juridische vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact op met Kees Sparrius:

T: 070 3765 893
E: k.sparrius@caop.nl