Kleiner en beter

De Nota Vernieuwing Rijksdienst (VRD) bevat het programma waarmee het kabinet Balkenende IV invulling geeft aan de doelstelling uit het coalitieakkoord om tot een verbetering van het functioneren van de overheid te komen en tegelijkertijd de rijksdienst fors af te slanken. Kleiner en beter, zo luidt het motto waaronder het programma VRD werkt. In de vernieuwing staat een aantal kernthema’s centraal: ‘beter beleid’; ‘minder verkokerd werken’; ‘efficiënt werken’ en een ‘slanke omvang’. Er is een viertal hoofdprioriteiten te onderscheiden: effectiever beleid, minder lastendruk, efficiëntere bedrijfsvoering en afslanking.

Het programma VRD krijgt vorm langs twee hoofdlijnen. Allereerst moeten de departementen tot een plan van aanpak komen voor de manier waarop zij zelf binnen hun domein denken invulling te kunnen geven de doelstellingen. Daarnaast wordt een reeks interdepartementale plannen uitgevoerd, waarbij het deels gaat om het samenbrengen van departementsoverstijgende taken en activiteiten, maar ook om meer departementsoverstijgende vormen van beleidscoördinatie.

Het project ‘Rijksdienst voor de toekomst’ is één van de deelprojecten uit het programma VRD. Het project is bedoeld om vooruit te kijken naar toekomstige maatschappelijke uitdagingen die betrekking hebben op de rijksdienst en te komen tot een visie op mogelijk te ondernemen vervolgstappen.

Het onderzoeksrapport 'Vernieuwende verandering: continuïteit en discontinuïteit van vernieuwing van de rijksdienst' is een deelstudie van het project Rijksdienst voor de toekomst, specifiek gericht op een analyse van eerdere veranderingsoperaties. De programmaleiding constateert terecht een veelheid aan inmiddels verstreken veranderingspogingen, concepten en vernieuwingen.

Het is de uitdrukkelijke behoefte van de programmaleiding om zich verder rekenschap te geven van het verleden, in een poging om te leren van de lessen uit het verleden. Een analyse van het verleden kan veel aanwijzingen geven over datgene dat de rijksdienst voor de toekomst moet ‘kunnen’ en hoe dat ‘kunnen’ organisatorisch vormgegeven kan worden.

De deelstudie 'Vernieuwende verandering: continuïteit en discontinuïteit van vernieuwing van de rijksdienst' is uitgevoerd door prof. Mark van Twist, onderzoeker van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. De centrale onderzoeksvraag luidde: 'Wat zijn voor het project de Rijksdienst voor de Toekomst en het programma Vernieuwing van de Rijksdienst de relevante lessen die uit eerdere vernieuwingsoperaties kunnen worden geformuleerd?'.

De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat er in de onderzochte periode (in weerwil tot wat vaak wordt beweerd) wel degelijk bijzonder veel is veranderd. De discussie over verandering herhaalt zich met regelmaat, maar dat is bij nader inzien geen indicatie voor institutionele inertie. Integendeel, er is in en rond de rijksdienst sprake van grote dynamiek en een regelmaat aan meer en minder ingrijpende veranderingen. Naar aanleiding van de veranderingspogingen, zo is de algemene conclusie, treden er in de praktijk ook daadwerkelijk veranderingen in de rijksdienst op.

De uitkomsten van het onderzoek stonden centraal tijdens het mede door het CAOP georganiseerde congres 'Veertig jaar vernieuwing van de Rijksdienst', dat op 18 maart 2010 werd gehouden.

Meer informatie over het thema is verkrijgbaar bij Loes Spaans.

Meer informatie vindt u op www.overheidvoordetoekomst.nl.